ECLI:NL:GHARL:2022:1505

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 februari 2022
Publicatiedatum
25 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.297.075/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor snelheidsovertreding op autosnelweg na trajectsnelheidsmeting

De betrokkene kreeg een boete van €323 wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 33 km/u op de autosnelweg A79 te Valkenburg op 26 oktober 2019. De betrokkene stelde in hoger beroep dat onduidelijk was welk voertuig was gemeten en betwistte de aanwezigheid van de snelheidsborden. Tevens werd verzocht om foto’s en beelden van de meting, die niet waren verstrekt.

De ambtenaar verklaarde dat twee voertuigen met gelijke snelheid achter elkaar reden en dat het achterste voertuig was gemeten. De betrokkene had verklaard achter zijn vriend aan te rijden. Het hof oordeelde dat hiermee voldoende vaststond dat het voertuig van de betrokkene was gemeten, ondanks dat de ambtenaar de exacte positie niet meer kon aangeven.

Verder bevestigde het hof dat de A1-bebording met een maximumsnelheid van 100 km/u aanwezig en duidelijk zichtbaar was, ondersteund door foto’s en proces-verbalen. De betwisting van de betrokkene gaf geen reden tot twijfel.

Het hof concludeerde dat de meting betrouwbaar was en de overtreding vaststond. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €323 voor snelheidsovertreding op de A79 en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.297.075/01
CJIB-nummer
: 229558432
Uitspraak d.d.
: 25 februari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 16 april 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft ter aanvulling nadere stukken ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft hierop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is een sanctie opgelegd van € 323,- voor: “Overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 33 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op
26 oktober 2019 om 14:25 uur op de Rijksweg (A79) in Valkenburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat niet duidelijk is welk voertuig is gemeten. Om tot concrete meetresultaten te komen is van belang dat de correcte afstand tussen het meet- en doelvoertuig is gehanteerd. Nu de ambtenaar niet met zekerheid kan zeggen op welke positie de betrokkene zich bevond, kunnen de resultaten van de meting niet worden gebruikt als grondslag voor deze inleidende beschikking. Ook is verzocht om een foto en/of beelden van de meting, die tot op heden niet zijn ontvangen. Verder wordt de aanwezigheid van het bord ‘autoweg’ betwist, zodat hierover volgens de gemachtigde middels schouwrapporten uitsluitsel dient te worden gegeven.
3. De verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt voor zover hier van belang als volgt:
“De werkelijke gemiddelde snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting geteste, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikte mobiele trajectsnelheidsmeter op basis van de factoren tijd en afstand. Dit houdt in dat de tijdmeting en de afstandmeting gelijktijdig werden gestart om de eigen gemiddelde snelheid van het meetvoertuig te meten. Vervolgens werden, na tenminste de volgens de instructie van de fabrikant minimaal voorgeschreven tijdsduur, de tijdmeting en de afstandmeting gelijktijdig gestopt. Bij deze meting reed het doelvoertuig voor het meetvoertuig en liep het doelvoertuig zichtbaar op het meetvoertuig uit. (…) Derhalve kan gesteld worden dat het doelvoertuig tenminste de gemeten gemiddelde snelheid heeft gereden.
Afgelegde wegafstand: 628 m.
Gebruikte tijd: 16,33 sec.
Gemeten (afgelezen) gemiddelde snelheid: 138 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) gemiddelde snelheid: 133 km per uur.
Toegestane snelheid: 100 km per uur.
Overschrijding met: 33 km per uur.
(…)
Soort weg: autosnelweg (…)
Verklaring betrokkene: reed achter mijn vriend aan.”
4. In een aanvullend proces-verbaal van 5 maart 2020 verklaart de ambtenaar het volgende:
“Bij het begin van de autosnelweg A79 zowel vanuit Maastricht als vanuit Heerlen staan er de borden A1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 met het opschrift 100. Tevens van elke oprit waar men de autosnelweg A79 oprijdt staan er wederom borden A1 (…) met het opschrift 100.”
5. In een aanvullend proces-verbaal van 2 augustus 2020 verklaart de ambtenaar nog als volgt:
“Ik kan mij de overtreding deels nog herinneren. Het betreft 2 personenauto’s een Volkswagen Up met het kenteken [kenteken] en een Toyota met kenteken [kenteken2] . Deze auto’s reden achter elkaar met gelijke snelheid. De snelheid van het achterste voertuig is gemeten. Mij (…) is niet meer bekend welk voertuig als 1e of als 2e reed. Omdat er maar 1 voertuig staande gehouden kon worden is er voor gekozen om de bestuurder van de Volkswagen Up (…) staande te houden. Van de bestuurder/ster van de Toyota is het kenteken (…) genoteerd.”
6. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep foto’s overgelegd van de situatie ter plaatse waaruit de aanwezigheid van A1-bebording van 100 km/h in mei 2017, april 2018, maart 2019, april 2020 en augustus 2021 blijkt.
7. In deze zaak is sprake van een mobiele trajectsnelheidsmeting, die is verricht op de door de ambtenaar beschreven wijze. Dit brengt mee dat de gedraging niet is vastgesteld op basis van videobeelden, maar op basis van de waarneming van de ambtenaar ter plaatse en de resultaten van de meting met een trajectsnelheidsmeter. Die resultaten zijn opgenomen in het zaakoverzicht dat op verzoek van de gemachtigde aan hem is verstrekt. Het zaakoverzicht houdt niet in dat er beelden en/of fotoʼs van de meting zijn. Het hof kan dat ook overigens niet uit het dossier afleiden. Reeds daarom treft de grond dat is verzocht om beelden en/of fotoʼs van de meting en dat deze tot op heden niet zijn ontvangen geen doel.
8. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de meting te twijfelen. Vooropgesteld wordt dat de ambtenaar heeft verklaard dat beide voertuigen met gelijke snelheid achter elkaar reden en dat beide bestuurders zijn beboet. Daarnaast volgt uit de aanvullende verklaring van de ambtenaar dat het achterste voertuig is gemeten en heeft de betrokkene bij de staandehouding verklaard dat hij achter zijn vriend aan reed. Naar het oordeel van het hof staat hiermee genoegzaam vast dat het voertuig van de betrokkene het voertuig is dat is gemeten. Dat de ambtenaar bijna een jaar later niet meer kan aangeven wat de positie van de betrokkene hierbij is geweest, doet aan het voorgaande niet af. De grond dat niet duidelijk is wat de positie van de betrokkene was tijdens de meting en daardoor niet van de resultaten van die meting kan worden uitgegaan, treft daarom evenmin doel. Aldus wordt uitgegaan van de gemeten en gecorrigeerde gemiddelde snelheid van 133 km per uur.
9. Het hof kan de gemachtigde niet volgen in de betwisting van de aanwezigheid van het bord ‘autoweg’, nu ter plaatse sprake is van een autosnelweg waarop met A1-bebording een gewijzigde snelheid van 100 km/h wordt aangegeven. Voor zover de gemachtigde die A1-bebording betwist, mag - omdat het hier een waarneming van een ambtenaar ter plaatse betreft - in zijn algemeenheid worden aangenomen dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat de relevante bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar is (vgl het arrest van het hof van 28 februari 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:1803). In dit geval zijn nog een aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar over de aanwezigheid van de A1-bebording en foto’s van de situatie ter plaatse overgelegd. De enkele betwisting hiervan door de gemachtigde geeft geen reden tot twijfel aan het vorenstaande. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. Het voorgaande brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen.
11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd dit arrest te ondertekenen.