ECLI:NL:GHARL:2022:1515
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen toezending rechterlijke uitspraak aan Spanje wegens ontbreken instemming veroordeelde
De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van het vervoeren en uitvoeren van cocaïne en heroïne. De uitspraak is onherroepelijk geworden op 6 mei 2021. De veroordeelde heeft geen verblijfsrecht in Nederland maar wel een verblijfsrecht in Spanje. De minister voor Rechtsbescherming heeft de Spaanse autoriteiten verzocht om instemming met toezending van de uitspraak, welke is verleend.
De veroordeelde maakte bezwaar tegen de toezending op grond van artikel 2:27, derde lid, WETVVS, stellende dat hij niet heeft ingestemd en dat het besluit leidt tot schending van zijn rechten onder artikel 7 van Pro het Handvest. De advocaat-generaal stelde dat de minister in redelijkheid tot het besluit kon komen omdat de veroordeelde geen band met Nederland heeft en Spanje het beste perspectief biedt voor resocialisatie.
Het hof onderzocht of aan de formele vereisten voor toezending was voldaan, met name of instemming van de veroordeelde vereist was en aanwezig. Het hof oordeelde dat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 2:26 WETVVS Pro en dat de minister niet in redelijkheid tot het besluit kon komen. Het bezwaar werd gegrond verklaard en de verdere inhoudelijke bespreking bleef achterwege.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar gegrond en weigert toezending van de rechterlijke uitspraak aan Spanje wegens ontbreken van vereiste instemming.