Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een beschikking van de kantonrechter die zonder horen van verzoekster een onderbewindstelling en mentorschap heeft ingesteld. Verzoekster, geboren in 1933 en lijdend aan dementie, was niet op de hoogte gesteld van de procedure in eerste aanleg.
Het hof oordeelt dat de procedurele rechten van verzoekster zijn geschonden omdat zij niet is gehoord en niet op de hoogte was gesteld. Desondanks kan het hoger beroep deze tekortkomingen herstellen. Verzoekster heeft in hoger beroep haar bezwaren kenbaar gemaakt en het hof heeft de zaak inhoudelijk beoordeeld.
Medische rapporten tonen aan dat verzoekster door Lewy body dementie en Alzheimer niet in staat is haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Het hof bekrachtigt daarom de onderbewindstelling en het mentorschap.
De benoeming van de professionele bewindvoerder en mentor wordt gehandhaafd, omdat benoeming van een familielid niet in het belang van verzoekster is gelet op verstoorde familieverhoudingen en wantrouwen. Klachten over partijdigheid zijn onvoldoende onderbouwd. Het hof wijst het meer of anders verzochte af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.
Uitkomst: De onderbewindstelling en het mentorschap worden bekrachtigd met handhaving van de benoeming van de huidige bewindvoerder en mentor.