In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 22 februari 2022 de beschikking van de kinderrechter van 7 juli 2021 bekrachtigd waarin de uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen is toegestaan. De kinderen zijn sinds april 2021 uit huis geplaatst vanwege een onvoorspelbare en onveilige opvoedsituatie thuis, met onder meer huiselijk geweld, mishandeling en zorgen over de verzorging.
De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit, maar werken niet samen met de gecertificeerde instelling (GI) en hulpverlening. De moeder trekt zich volledig terug uit onmacht, en contact met de vader komt niet tot stand. Er is geen structurele samenwerking en afspraken worden niet nagekomen, waardoor het onmogelijk is om veiligheidsafspraken te maken of zicht te krijgen op de thuissituatie.
De GI en het hof constateren dat de kinderen meer begeleiding en sturing nodig hebben dan gemiddeld en dat de ouders onvoldoende in staat zijn om een veilig en stabiel opvoedingsklimaat te bieden. De machtigingen tot uithuisplaatsing zijn noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen en om het geestelijk en lichamelijk welzijn van de kinderen te onderzoeken en te waarborgen.
Het hof wijst het hoger beroep van de ouders af en bekrachtigt de bestreden beschikking, waarmee de uithuisplaatsing van de kinderen wordt voortgezet. De beslissing is genomen in het belang van de kinderen en met het oog op hun veiligheid en ontwikkeling.