ECLI:NL:GHARL:2022:1527
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging stopzetting omgangsregeling tussen oma en kleinkind wegens gedragsproblemen
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een oma en haar kleinkind centraal, waarbij het hof het hoger beroep van de oma tegen de wijziging van de omgangsregeling door de rechtbank behandelt.
Het kleinkind woont sinds 2015 niet meer bij zijn ouders en is meerdere malen in pleeggezinnen geplaatst, met een geheime plaatsing sinds maart 2021. De ouders zijn ontheven uit het ouderlijk gezag en de gecertificeerde instelling (GI) is benoemd tot voogd. De rechtbank had de omgangsregeling beperkt tot een begeleide omgang van één uur per vier weken, met de mogelijkheid voor de GI om de regeling aan te passen in het belang van het kind.
Het hof oordeelt dat het gedrag van de oma, waaronder het openbaar zoeken naar het kind en dreigementen aan de GI, schadelijk is voor het kleinkind en zijn woonplek in gevaar brengt. Dit rechtvaardigt de stopzetting van de omgang. Het hof benadrukt het belang van het kind en de noodzaak van rust en veiligheid, en bekrachtigt de beslissing van de rechtbank. De oma wordt opgeroepen tot samenwerking met de GI om het belang van het kind te dienen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de stopzetting van de omgangsregeling tussen de oma en haar kleinkind wegens het schadelijke gedrag van de oma en de negatieve gevolgen voor het kind.