Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn sinds hun scheiding in 2015 verwikkeld in een langdurige en hevige strijd over het gezamenlijk gezag en de hoofdverblijfplaats van hun twee minderjarige kinderen. Ondanks diverse procedures en hulpverleningstrajecten, waaronder systeemtherapie, is er geen verbetering in de samenwerking gekomen. Sinds 2017 staan de kinderen onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) vanwege de bedreiging die de ouderstrijd voor hun ontwikkeling vormt.
De rechtbank wijzigde in 2020 de hoofdverblijfplaats van de kinderen naar de moeder, hopend op gedragsverandering bij de ouders. Dit bleek niet het geval; de ouders bleven onverenigbaar en konden geen gezamenlijke beslissingen nemen, wat leidde tot verdere procedures en een verlenging van de ondertoezichtstelling.
Het hof oordeelt dat de voortdurende strijd ernstige loyaliteitsproblemen bij de kinderen veroorzaakt en dat het gezamenlijk gezag deze problematiek in stand houdt. Daarom wijst het hof het verzoek van de moeder toe om haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, waarmee rust en duidelijkheid voor de kinderen wordt nagestreefd. Het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor schoolinschrijving is daarmee overbodig geworden en wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof kent de moeder het eenhoofdig gezag toe over de kinderen en beëindigt het gezamenlijk gezag vanwege de voortdurende strijd tussen de ouders.