Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het verzoek van de man tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een beschikking van de rechtbank Overijssel van 25 juni 2021 behandeld. De man trok dit verzoek daags voor de mondelinge behandeling in, waardoor het hof hem niet-ontvankelijk verklaarde.
De vrouw stelde dat de procedure onnodig was ingesteld en zonder goede reden was ingetrokken, wat voor haar en haar bewindvoerder extra kosten veroorzaakte. De man reageerde niet op deze verwijten. Het hof oordeelde dat de man daarom in de proceskosten van de vrouw moest worden veroordeeld.
De proceskosten werden begroot op €1.671,- voor het salaris van de advocaat volgens het liquidatietarief. Het hof verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee werd het verzoek van de vrouw toegewezen en het verzoek van de man afgewezen.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schorsing en veroordeeld in de proceskosten van de vrouw.