Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 1 mei 2018 op de A28 als bestuurder of houder van een motorrijtuig met oplegger reed terwijl de lading niet zodanig was gezekerd dat deze onder normale verkeerssituaties niet van het voertuig kon vallen of de stabiliteit kon bedreigen.
Het hof heeft vastgesteld dat niet is onderzocht of de lading daadwerkelijk was vastgezet en gezekerd conform de wettelijke eisen van artikel 5.18.6, lid 1, van de Regeling voertuigen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of het tenlastegelegde feit was begaan.
De advocaat-generaal had zich beroepen op richtsnoeren voor het zekeren van lading, maar dit maakte het gebrek aan bewijs niet ongedaan. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde. Tevens werd een eerder opgelegde strafbeschikking vernietigd.