Uitspraak
de vrouw,
de man,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Waar gaat dit geschil over?
3.De vorderingen in hoger beroep
4.De motivering van de beslissing
laatvernietigen. In die berichten is niet vermeld dat de mededeling is bedoeld voor de man en ook wordt daarin niet, zoals in de correspondentie van april en juli 2018 het geval was, om doorgeleiding van die berichten naar de man en/of om inlichtingen gevraagd.
Grief 3behoeft daarom geen behandeling meer.
alleoverige activa en passiva aan de man worden toegedeeld, waarvan een aantal wordt genoemd, zoals de echtelijke woning aan [adres2] te [woonplaats2] , de hypotheekschuld op deze woning en de “bv 's, verder tussen partijen bekend”. De overeenkomst bevat echter geen opsomming van alle bij de verdeling betrokken goederen en schulden. Zo wordt, naast de aan de man toebedeelde goederen die onvermeld zijn gelaten, ook de eenmanszaak van de vrouw, “ [naam7] ”, die volgens partijen aan de vrouw toekomt, niet vermeld. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling bij dit hof verklaard dat zij indertijd aan de hand van gegevens die op een A4tje stonden afspraken over de verdeling hebben gemaakt, die vervolgens in de vaststellingsovereenkomst zijn vastgelegd. Omdat dit A4-tje niet in het geding is gebracht en in de overeenkomst niet alle in de verdeling betrokken goederen en schulden zijn benoemd, ligt het ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro op de weg van de vrouw om voldoende gegevens te verstrekken waaruit blijkt welke goederen en schulden bij de verdeling zijn meegenomen en dat de door haar genoemde goederen zijn overgeslagen. De vrouw heeft dat echter in het licht van de tekst van de vaststellingsovereenkomst onvoldoende gedaan. Daardoor heeft de vrouw niet voldoende onderbouwd dat partijen bij de verdeling niet alle tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behorende goederen en schulden hebben meegenomen en dat de twee polissen en het saldo van de beleggingsrekening zijn overgeslagen. De vordering om de polissen en het saldo alsnog te verdelen moet daarom worden afgewezen.
de vrouw zich bewust is dat zij door ondertekening van deze vaststellingsovereenkomst rechten prijs geeft, waarop zij in beginsel beroep zou kunnen doen, met name op het gebied van (…) pensioen” en in artikel 2.1.: ‘
Partijen doen over en weer afstand van eventueel door de ander opgebouwde pensioenaanspraken’.