Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen waren sinds 1979 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2021 gescheiden. De man verzocht om echtscheiding en nevenvoorzieningen, de vrouw voerde verweer en stelde zelf verzoeken. In eerste aanleg werd de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van de ontbonden gemeenschap geregeld, met onder meer een regeling over het gebruik van de woning.
In hoger beroep stonden diverse geschilpunten centraal, waaronder partneralimentatie, de omvang van een schuld aan de moeder van de vrouw, overleggen van bankafschriften, een vergoeding voor gebruik van de woning, en verdeling van roerende zaken en rente op bankspaarproducten. De vrouw verzocht onder meer om partneralimentatie, inzage in bankafschriften en vergoeding voor hoortoestellen, terwijl de man verweer voerde en incidenteel hoger beroep instelde.
Het hof oordeelde dat de vrouw in de korte periode na de echtscheiding voldoende vermogen had om in haar levensonderhoud te voorzien, waardoor haar verzoek om partneralimentatie werd afgewezen. Het verzoek tot inzage in bankafschriften werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende rechtmatig belang en onvoldoende specificiteit. De man hoefde geen vergoeding te betalen voor het gebruik van de woning, omdat deze was verkocht en geen wettelijke grondslag bestond.
Betreffende de schuld aan de moeder van de vrouw stelde het hof vast dat de restschuld € 37.688,10 bedraagt en dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn. Het beroep van de man op verjaring van de vordering werd gegrond verklaard, waardoor de vrouw haar vordering op basis van betaling aan de moeder niet kon verhalen. Tot slot bepaalde het hof dat de banksaldi en lijfrente inclusief rente tot de peildatum behoren tot de gemeenschap en verdeeld moeten worden. De overige verzoeken van de vrouw werden afgewezen en de proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijzigt de schuldvaststelling aan de moeder en bevestigt de verdeling van banksaldi inclusief rente, wijst overige verzoeken af en compenseert de proceskosten.