ECLI:NL:GHARL:2022:1646

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 maart 2022
Publicatiedatum
3 maart 2022
Zaaknummer
Wahv 200.285.092/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvWet op de economische delicten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie kentekenhouder bij ontbreken reële mogelijkheid tot staandehouding door prioriteit opsporing illegaal vuurwerk

De betrokkene werd als kentekenhouder beboet voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op 20 december 2018. De ambtenaren konden geen staandehouding verrichten vanwege prioriteit bij een controle op illegaal vuurwerk nabij de Belgische grens.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat er wel een reële mogelijkheid tot staandehouding was en dat de sanctie daarom niet terecht was opgelegd aan de kentekenhouder. Het hof oordeelde echter dat de keuze van de ambtenaren om prioriteit te geven aan het opsporen van zwaar illegaal vuurwerk een geldige reden was om geen staandehouding te verrichten.

Op grond van artikel 5 van Pro de Wahv mag een sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd als er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden. Het hof concludeerde dat deze voorwaarde was vervuld en bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De sanctie van €230 aan de kentekenhouder wordt bevestigd vanwege het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding door prioriteit opsporing illegaal vuurwerk.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.285.092/01
CJIB-nummer
: 222381875
Uitspraak d.d.
: 3 maart 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 9 oktober 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 december 2018 om 16.40 uur op de Napoleonsweg in Ittervoort met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de verklaring van de ambtenaar dat hij niet tot staandehouding kon overgaan in verband met politiewerkzaamheden van hogere prioriteit onvoldoende is om aan te nemen dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. De ambtenaar was bezig met een controle op illegaal vuurwerk en heeft er voor gekozen om de controle zo vorm te geven dat andere overtreders niet konden worden staande gehouden. De ambtenaar had daar echter wel voor moeten zorgen of af moeten zien van het opleggen van een sanctie. De gemachtigde verwijst naar arresten van het hof van 26 maart 2020 (niet gepubliceerd, Wahv-nummer 200.219.951) en 8 september 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:7087).
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als op dit punt een verweer wordt gevoerd, zal de officier van justitie of de rechter daarop uitdrukkelijk moeten beslissen en zo nodig aan de ambtenaar een nadere toelichting moeten vragen.
4. In dit verband bevat het zaakoverzicht de vermelding dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden in verband met werkzaamheden met hogere prioriteit. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal waarin de ambtenaren onder meer verklaren:
“Wij waren doende met een (onopvallende) vuurwerkcontrole gericht op het illegaal importeren van (zwaar) illegaal vuurwerk vanuit België. De locatie waar wij ons bevonden was op ongeveer honderd meter van de Belgische grens.
Op die bewuste dag, datum en tijdstip waren wij samen met andere collegae doende met de observatie van een voertuig in het kader van transport van illegaal vuurwerk. Op datzelfde moment zagen wij in de directe nabijheid van waar wij ons bevonden dat de bestuurder van een Volkswagen Golf voorzien van het kenteken [kenteken] een aldaar gesitueerde dubbele doorgetrokken streep overschreed en hierbij een ander voertuig inhaalde.
Daar wij doende waren met het opsporen van misdrijven zoals omschreven in de Wet op de economische delicten konden wij op dat moment de bestuurder van het voertuig die de overtreding beging niet achterna rijden en vervolgens staande houden.
Hierbij merken wij op dat de opsporing van misdrijven uit de eerder genoemde wet op dat moment een hogere prioriteit hadden dan het staande houden van de bestuurder van de gepleegde overtreding, dit gezien de gevaarzetting die gepaard gaat met het transport van (zwaar) illegaal vuurwerk.”
5. Het hof overweegt dat, anders dan de gemachtigde meent, de omstandigheid dat sprake is van werkzaamheden waarbij een staandehouding misschien feitelijk wel mogelijk was niet per definitie betekent dat een reële mogelijkheid bestaat om bestuurders staande te houden. De - voor de mogelijkheid van staandehouding van belang zijnde - keuze van de ambtenaar voor de wijze waarop een controle wordt uitgevoerd, leent zich slechts voor een uiterst marginale toetsing door de rechter. Het hof is van oordeel dat de door de ambtenaar opgegeven reden voldoende grond vormt voor de conclusie dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding van de bestuurder. De sanctie is derhalve terecht met toepassing van het bepaalde in artikel 5 van Pro de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd.
6. Voorgaande betekent dat vaststaat dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene en dat daarvoor terecht aan hem als kentekenhouder een sanctie is opgelegd. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.