ECLI:NL:GHARL:2022:1654

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 maart 2022
Publicatiedatum
3 maart 2022
Zaaknummer
Wahv 200.296.983/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie kentekenhouder wegens niet rechts houden op autosnelweg

De betrokkene kreeg een sanctie van €140 opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op de Rijksweg A12 nabij Bleiswijk op 15 mei 2019. De betrokkene voerde aan dat de locatie onduidelijk was en dat de sanctie ten onrechte aan hem als kentekenhouder was opgelegd, omdat de ambtenaar later de bestuurder had vastgesteld.

De ambtenaar verklaarde dat hij de gedraging had waargenomen ter hoogte van Bleiswijk en het voertuig had gevolgd vanaf Voorburg. De identiteit van de bestuurder kon niet aanstonds worden vastgesteld omdat de ambtenaar in burger en met een privévoertuig reed en geen staandehouding kon verrichten. Pas na ontvangst van een rijbewijsfoto van de RDW werd de bestuurder geïdentificeerd.

Het hof oordeelt dat de sanctie terecht aan de kentekenhouder is opgelegd conform artikel 5 Wahv Pro, omdat het vaststellen van de bestuurder niet aanstonds plaatsvond. Het beroep van de betrokkene wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: De sanctie van €140 wordt bevestigd en het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.296.983/01
CJIB-nummer
: 225617587
Uitspraak d.d.
: 3 maart 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 18 juni 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “Niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 mei 2019 om 15:47 uur op de Rijksweg (A12) in Bleiswijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de locatie van de gedraging nog altijd onduidelijk is, nu de in het zaakoverzicht en de in het aanvullend proces-verbaal genoemde locaties uitgaande van Google Maps Streetview zo’n 12 kilometer uit elkaar liggen. De in het zaakoverzicht genoemde hectometerpaal 17.2 R bevindt zich niet ter hoogte van Voorburg. Daarnaast is de sanctie ten onrechte aan de betrokkene opgelegd, omdat de ambtenaar bij thuiskomst onderzoek instelde naar het voertuig en de bestuurder en daarbij [naam1] als bestuurder heeft geïdentificeerd. Volgens de gemachtigde valt dit onder het ‘aanstonds’ vaststellen van de identiteit van de bestuurder ex artikel 5 van Pro de Wahv.
3. De verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt voor zover hier van belang als volgt:
“Pleeglocatie: Rijksweg (A12)
Pleegplaats: Bleiswijk
(…)
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 17.2 R
(…)
Geen staandehouding verricht i.v.m. eigen voertuig”
4. In een aanvullend proces-verbaal van 19 september 2019 verklaart de ambtenaar nog het volgende:
“Op 15 mei 2019, omstreeks 15.40 uur, bevond ik mij, in burger gekleed, in mijn eigen voertuig, op de Rijksweg A12 ter hoogte van Voorburg in de richting van Utrecht. (…) Ik zag dat de bestuurder van het voertuig voortdurend links aan bleef houden terwijl er aan de rechterkant voldoende ruimte was om te rijden. Ik zag dat verschillende voertuigen (…) aan de rechterkant inhaalden. Dit was een ruime afstand van tenminste 1400 meter nabij Bleiswijk.
Toen ik (…) het voertuig passeerde (…) zag ik dat de bestuurder een vrouw betrof. Het kenteken van het voertuig had ik onthouden, waarna ik bij thuiskomst een onderzoek instelde naar het voertuig en bestuurder. Ik zag dat het kenteken overeenkwam met het voertuig dat ik op de weg zag rijden, een Renault [type] , zwart van kleur, een opmerkelijke auto. De tenaamgestelde van het voertuig, betrof: [de betrokkene] , geboren [in] 1949 (69). Ik zag dat er geen vrouw ingeschreven stond op het adres, dus ik keek naar familiegegevens, waarna ik via een zoon bij [naam2] (…) terecht kwam. Vervolgens vroeg ik via het RDW een rijbewijs foto op, waaraan ik haar herken[de] als bestuurder van het betrokken voertuig.”
5. Het hof deelt niet de opvatting van de gemachtigde dat onvoldoende duidelijk is waar de gedraging heeft plaatsgevonden. Dat de in het zaakoverzicht vermelde hectometerpaal 17.2 R zich niet ter hoogte van Voorburg bevindt doet geen twijfel ontstaan aan de pleegplaats Bleiswijk. Dat de ambtenaar tevens heeft verklaard dat hij op de Rijksweg A12 ter hoogte van Voorburg reed, doet aan het voorgaande niet af. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat de ambtenaar het voertuig van de betrokkene ter hoogte van Voorburg is gaan volgen en de gedraging heeft vastgesteld bij Bleiswijk. Het verweer faalt.
6. Artikel 5 van Pro de Wahv bepaalt dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister was ingeschreven.
7. In dit geval heeft de ambtenaar geen reële mogelijkheid gehad om de bestuurder van het voertuig staande te houden, omdat hij in burger was en in een privévoertuig reed. De ambtenaar heeft anders dan door staandehouding nog wel geprobeerd de identiteit van de bestuurder vast te stellen. Dit is echter niet ‘aanstonds’ gelukt. Pas na ontvangst van de rijbewijsfoto van de RDW kon de identiteit van de bestuurder worden vastgesteld. Aldus is de sanctie terecht met toepassing van artikel 5 Wahv Pro aan de kentekenhouder opgelegd.
8. Het voorgaande betekent dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.