ECLI:NL:GHARL:2022:1760
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over einddatum dienstverband en achterstallig loon bij Tielse Recycling
In deze civiele zaak stond de vraag centraal wanneer het dienstverband tussen [geïntimeerde] en Tielse Recycling eindigde en welke loonbetalingen nog verschuldigd waren. [Geïntimeerde] had zijn arbeidsovereenkomst opgezegd per 21 december 2018 met een opzegtermijn van één maand. De kantonrechter had hem achterstallig loon en vakantiegeld toegewezen.
Tielse Recycling stelde in hoger beroep dat het dienstverband eind december 2018 was geëindigd en dat zij het loon over december 2018 en het vakantiegeld had betaald. Het hof oordeelde dat er geen bewijs was voor een eerdere einddatum dan 21 januari 2019, mede omdat de brief waarin Tielse Recycling akkoord zou zijn gegaan met een eerdere beëindiging niet was ontvangen door [geïntimeerde].
Verder concludeerde het hof dat de contante betaling in december 2018 betrekking had op november 2018 en dat loon over december 2018 en januari 2019 achterstallig was. Het vakantiegeld was wel betaald, zodat de vordering daarop werd afgewezen. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter voor zover het ging om het vakantiegeld en stelde het bedrag aan achterstallig loon vast op € 4.237,50 bruto, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd en iedere partij draagt haar eigen kosten. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en op 8 maart 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof veroordeelt Tielse Recycling tot betaling van achterstallig loon over december 2018 en januari 2019 en wijst de vordering tot vakantiegeld af.