ECLI:NL:GHARL:2022:1786

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 maart 2022
Publicatiedatum
8 maart 2022
Zaaknummer
200.302.579
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 127a lid 2 RvArt. 127a lid 3 RvArt. 3 lid 1 Wet griffierechten burgerlijke zakenArt. 3 lid 3 Wet griffierechten burgerlijke zakenArt. 2.16 LPR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens niet betaling griffierecht in hoger beroep civiele zaak

Easy Clean Recycling B.V. heeft in hoger beroep een civiele zaak aangespannen, maar heeft het griffierecht niet tijdig voldaan ondanks een uiterste betaaldatum en een tweede aanmaning. Easy Clean voerde aan dat door sancties tegen Iran bancaire transacties onmogelijk waren en dat toepassing van de sanctie onbillijk zou zijn. Het hof oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren voor toepassing van de hardheidsclausule omdat Easy Clean een in Nederland gevestigde vennootschap is en geen nadere toelichting gaf waarom betaling in Nederland niet mogelijk was.

Het hof stelde dat de advocaat van Easy Clean op de hoogte was van de betalingstermijn en de gevolgen van niet-betaling. Ook het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen na ontvangst van de tweede aanmaning faalde wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van de aanmaning zelf. Verder oordeelde het hof dat het nemen van processtukken in het incident niet betekende dat de inhoudelijke behandeling was gestart, zodat ontslag van instantie nog mogelijk was.

Het gevolg is dat het principaal hoger beroep van Easy Clean wordt ontslagen wegens niet betaling van het griffierecht, waardoor Easy Clean geen vorderingen meer kan instellen tegen de wederpartij. De beslissing over het incidenteel hoger beroep en de proceskosten wordt aangehouden. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep.

Uitkomst: Het principaal hoger beroep wordt ontslagen wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.302.579
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 360964)
arrest van 8 maart 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Easy Clean Recycling B.V.,
gevestigd te Emmen,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
bij de rechtbank: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna: Easy Clean,
advocaat: mr. M.M. Dezfouli,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats1] ,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
bij de rechtbank: gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
hierna: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. C.J. van Dijk.

1.Het geding in eerste aanleg

Voor de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van
11 augustus 2021, dat de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft gewezen.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van Easy Clean,
- de incidentele memorie tot niet-ontvankelijkheidverklaring van [geïntimeerde] ,
- de incidentele memorie van antwoord van Easy Clean,
- de akte ex art. 127a lid 3 Rv van Easy Clean,
2.2.
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.

3.De motivering van de beslissing in hoger beroep

in principaal en incidenteel hoger beroep
3.1.
Easy Clean heeft [geïntimeerde] in hoger beroep gedagvaard en de zaak aangebracht op de rolzitting van dit hof van 30 november 2021. Voor het betalen van het griffierecht heeft Easy Clean conform het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (hierna: LPR) de gelegenheid gekregen tot uiterlijk 11 januari 2022. Nadat op die datum het griffierecht niet was voldaan, is de zaak vervolgens verwezen naar de rolzitting van 25 januari 2022 voor het nemen van een akte uitlating door Easy Clean over de niet tijdige betaling van het griffierecht op grond van artikel 127a lid 2 Rv.
3.2.
Easy Clean heeft in haar akte een beroep gedaan op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv. Zij heeft uitgelegd dat de bestuurders van Easy Clean allen in Iran woonachtig zijn en dat er door de geldende sancties tegen Iran geen bancaire transacties mogelijk zijn, waardoor zij het griffierecht niet kan voldoen. Verder stelt Easy Clean dat zij op 12 januari 2022 – ná de uiterste betaaldag – een tweede aanmaning tot betaling van het griffierecht heeft ontvangen, waardoor bij haar het vertrouwen is gewekt dat sanctionering met niet-ontvankelijkheid achterwege zou blijven. Volgens Easy Clean zou de toepassing van artikel 127a lid 2 Rv leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard omdat zij dan door formele regels haar rechten niet kan laten gelden. Zij is van mening dat dat een onevenredig zware sanctie op het gepleegde verzuim is die geen rechtvaardiging vindt in de belangen van de wederpartij. Zij heeft verder gewezen op arresten van de Hoge Raad uit 2015, waaruit volgt dat een goede procesorde de afweging vereist van het belang bij voorkoming van onredelijke vertraging van het geding tegen de ernst van het verzuim en de gevolgen van strikte naleving van het procesreglement voor de getroffen partij.
3.3.
Naar het oordeel van het hof kunnen de door Easy Clean gestelde feiten met betrekking tot haar betalingsonmacht – ook indien uitgegaan zou moeten worden van de juistheid daarvan – niet leiden tot toepassing van de hardheidsclausule. Easy Clean werd bijgestaan door een advocaat en wist daarom dat zij op grond van artikel 3 lid 1 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken en het LPR na het aanbrengen van de zaak bij het hof binnen een zekere termijn griffierecht verschuldigd zou zijn en ook wat de gevolgen van niet tijdige betaling zijn. Daarbij komt dat Easy Clean een in Nederland gevestigde vennootschap is. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom Easy Clean in Nederland geen betalingen zou kunnen verrichten. Bovendien moet bij een geslaagd beroep op de hardheidsclausule gedacht worden aan de situatie waarin de betaling tijdig is verricht, maar het bedrag te laat is aangekomen door apparaatsfouten die aan het gerecht kunnen worden toegerekend. Dergelijke omstandigheden zijn door Easy Clean niet aangevoerd. Easy Clean heeft het griffierecht immers in zijn geheel niet voldaan.
3.4.
Ook gaat de stelling van Easy Clean dat zij er na ontvangst van de aanmaning gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat sanctionering van de overschrijding van de uiterste betalingstermijn achterwege zou blijven niet op. Zij heeft die stelling onvoldoende onderbouwd en die aanmaning niet overgelegd. Daardoor kan niet worden vastgesteld of haar daarin een nogmaals verlengde betalingstermijn is geboden of dat het alleen een (te) laat door haar ontvangen tweede aanmaning voor de uiterste betaaldatum van 11 januari 2022 betrof. Bovendien was (de advocaat van) Easy Clean, zoals eerder uiteengezet, op de hoogte van de betalingstermijn en de wettelijke gevolgen bij te late betaling.
3.5.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv niet slaagt.
3.6.
Easy Clean heeft tot slot aangevoerd dat volgens vaste rechtspraak geen ontslag van instantie meer kan plaatsvinden omdat het hof al is gestart met de inhoudelijke behandeling van de zaak. Dit volgt volgens Easy Clean uit het feit dat [geïntimeerde] al een incidentele memorie tot niet-ontvankelijkheidverklaring heeft genomen, de zaak daarna is verwezen naar de rol voor memorie van antwoord in dat incident aan de zijde van Easy Clean en Easy Clean die memorie al heeft genomen.
3.7.
Ook deze stelling van Easy Clean slaagt niet. De rechter houdt de zaak aan zo lang eiser het griffierecht niet heeft voldaan en de betalingstermijn zoals genoemd in artikel 3 lid 3 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken nog loopt, met dien verstande dat de termijnen voor het nemen van processtukken op grond van artikel 2.16 LPR doorlopen. Het laten nemen van de incidentele memorie door [geïntimeerde] en het verwijzen van de zaak naar de rol voor memorie van antwoord in dat incident zijn voorwaardelijke handelingen, in afwachting van betaling van het griffierecht. Zij houden daarom niet in dat het hof een aanvang heeft gemaakt met de inhoudelijke behandeling van zaak.
3.8.
Al het voorgaande leidt tot het oordeel dat [geïntimeerde] overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a lid 2 Rv in het principaal hoger beroep van instantie zal worden ontslagen. Dat betekent, kort gezegd, dat Easy Clean in hoger beroep geen vorderingen tegen [geïntimeerde] kan instellen. [geïntimeerde] heeft laten weten dat hij voornemens is incidenteel hoger beroep in te stellen. Gelet daarop zal het hof nog niet overgaan tot het verlenen van ontslag van instantie in principaal hoger beroep. Het hof houdt ook de beslissing over de proceskosten in dit incident aan.

4.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de rol van 19 april 2022 voor memorie van grieven in incidenteel hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, C.M.E. Lagarde, D.M.I. de Waele, bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2022.