ECLI:NL:GHARL:2022:1887
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.C. Fuhler
- J. Hielkema
- W.J. Morra
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling ondanks overeenkomsten in jas
De verdachte werd beschuldigd van mishandeling van een aangever op of omstreeks 26 oktober 2019 in een plaats binnen de gemeente. De politierechter veroordeelde hem aanvankelijk tot een geldboete van € 500,00. Het hof vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij omdat het niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte de mishandeling had gepleegd.
Tijdens de terechtzitting verklaarde de aangever dat hij een klap had gekregen, maar niet had gezien wie deze had toegediend. Een getuige, collega van de aangever, verklaarde dat een groep jongeren op hen afkwam en dat een jongen met een groene jas met bontkraag de aangever schoppend en slaand aanviel, gevolgd door een vuistslag op het hoofd. Verdachte droeg een vergelijkbare jas, maar ontkende betrokkenheid en stelde ten onrechte te zijn aangezien voor een van de vechters.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van aangever en getuige niet eenduidig waren en onvoldoende bewijs boden om verdachte te verbinden aan het tenlastegelegde. Daarom werd verdachte vrijgesproken. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat hij de mishandeling heeft gepleegd.