De betrokkene, een vrouw met schizofrenie, is sinds 2018 onder curatele gesteld en vervolgens is een onderbewindstelling en mentorschap ingesteld wegens haar lichamelijke en geestelijke toestand. In eerste aanleg werd [naam1] Bewindvoering benoemd als bewindvoerder en mentor, wat betrokkene en haar ex-echtgenoot [belanghebbende/verzoeker] aanvochten in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de betrokkene niet voldoende in staat is haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen, mede gezien haar kwetsbaarheid en het ontbreken van een traject naar financiële zelfstandigheid. De door haar overgelegde medische verklaring is onvoldoende om het bewind en mentorschap op te heffen.
Hoewel betrokkene en [belanghebbende/verzoeker] verzoeken om laatstgenoemde als bewindvoerder en mentor te benoemen, wijkt het hof hiervan af vanwege de grote afhankelijkheid en beïnvloedbaarheid van betrokkene door hem en de onwerkbare situatie die eerder is gebleken. Het hof stelt betrokkene in de gelegenheid binnen twee weken een voorstel te doen voor een professionele bewindvoerder en mentor. Tot die tijd blijft [naam1] Bewindvoering in functie.