De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag over de minderjarige te wijzigen in alleen haar gezag en om de omgang van de vader met het kind te beëindigen. De rechtbank wees deze verzoeken af, waarna de moeder hoger beroep instelde. Het hof zag geen aanleiding voor een raadsonderzoek en oordeelde dat de communicatie tussen ouders weliswaar slecht is, maar niet zodanig dat gezamenlijk gezag onmogelijk is.
De vader en moeder oefenen gezamenlijk gezag uit over de minderjarige, die haar hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft. Er is sprake van een verstoorde relatie en communicatie, maar het hof achtte het niet aannemelijk dat het kind daardoor klem of verloren raakt. De omgang tussen vader en kind is lange tijd verbroken geweest, maar het kind heeft behoefte aan contact met de vader, mits dit onder begeleiding plaatsvindt en zonder betrokkenheid van de partner van de vader.
Het hof stelde een opbouw van het contact onder begeleiding van de kindbehartiger vast en wees het verzoek van de moeder af om de omgang te beëindigen. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het contactregeling zoals vastgesteld in 2017 blijft van kracht, met de nadruk op een veilige en geleidelijke herstart van het contact.