Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
[geïntimeerde],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen appellante en geïntimeerde een overeenkomst van aanneming bestond. Het hof nam het tussenarrest van 27 juli 2021 over, waarin een bewijsvermoeden was aangenomen dat de eenmanszaak van appellante contractspartij was. Appellante kreeg de gelegenheid tegenbewijs te leveren, onder meer door het nemen van een akte en het horen van getuigen.
Appellante heeft echter geen getuigen gehoord noch andere bewijsmiddelen aangedragen. Haar advocaat heeft zich bovendien onttrokken aan de procedure, waardoor het bewijsvermoeden niet is ontzenuwd. Het hof stelt daarom vast dat de overeenkomst van aanneming tussen partijen bestaat.
Gelet hierop wijst het hof de grieven van appellante af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van 26 november 2019. Geïntimeerde heeft recht op de gevorderde hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente en vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De kosten van het principaal hoger beroep worden aan geïntimeerde toegewezen, terwijl het incidenteel hoger beroep wordt afgewezen zonder kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van geïntimeerde toe met rente en kosten.