ECLI:NL:GHARL:2022:2070

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 maart 2022
Publicatiedatum
16 maart 2022
Zaaknummer
Wahv 200.286.444/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie rijden door rood ondanks medische noodsituatie collega

De betrokkene werd beboet voor het negeren van een rood verkeerslicht op 27 juni 2019 in Zaandam. Zij reed door rood terwijl zij een collega volgde die zich onwel voelde. De bestuurder beriep zich op overmacht vanwege een vermeende noodsituatie.

De kantonrechter wees het beroep af en ook het gerechtshof oordeelde dat er op het moment van de overtreding geen acute noodsituatie was, aangezien de collega nog zelf reed. Het hof erkende dat de bestuurder haar collega wilde volgen, maar benadrukte dat dit geen vrijstelling geeft van de verkeersregels. Het gevaarzettende karakter van het door rood rijden woog zwaar.

Het hof wees het verzoek om matiging van de sanctie af en bevestigde de boete van €240,-. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Alleen ambulances kunnen onder bepaalde omstandigheden een rood licht negeren, wat hier niet van toepassing was.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €240,- voor het rijden door rood ondanks de medische situatie van de collega.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.286.444/01
CJIB-nummer
: 226829579
Uitspraak d.d.
: 16 maart 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 15 september 2020, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “niet stappen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 juni 2019 om 14.57 uur op de Dr. J.M. den Uylweg in Zaandam met het voertuig met het kenteken [kenteken]
2. De gemachtigde, die optreedt mede namens de lessee van het voertuig die ten tijde van de gedraging de bestuurder was, voert aan dat sprake was van overmacht in de zin van een noodsituatie en verzoekt om matiging van het bedrag van de sanctie. De collega van de bestuurder werd na een afspraak onwel, kon niet meer uit haar woorden komen en kon geen appberichten meer sturen. De bestuurder vond het niet verantwoord dat haar collega zelf ging rijden, maar de collega stond er op. De bestuurder reed achter haar collega aan en is mogelijk net door rood gereden om de collega niet uit het oog te verliezen. In de auto heeft die collega vervolgens de huisarts gebeld, die haar sommeerde om direct haar auto langs de kant van de weg te zetten. De bestuurder is daarna met de collega naar het ziekenhuis gereden. Eerder in de procedure zijn een verklaring van de betreffende collega en stukken met betrekking tot ziekenhuisonderzoeken overgelegd. De kantonrechter heeft overwogen dat een ambulance gebeld had moeten worden. Volgens de gemachtigde was een ambulance bellen niet nodig, nu de bestuurder zelf als het ware als ambulance heeft gefungeerd, door de collega verder te vervoeren.
3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof te beoordelen of er redenen zijn om het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Het hof wil wel aannemen dat de collega van de bestuurder onwel is geworden en dat zij medische hulp nodig had. Op het moment van de gedraging was echter van een acute noodsituatie geen sprake. De collega bestuurde op dat moment nog zelf haar voertuig. De stelling van de gemachtigde dat de bestuurder zelf als het ware als ambulance fungeerde treft geen doel. Dat was eerst later het geval, toen de bestuurder met haar collega naar het ziekenhuis reed.
Het hof heeft er begrip voor dat de bestuurder ten tijde van de gedraging haar collega wilde volgen, maar dit ontslaat de bestuurder niet van de verplichting om zich aan de geldende verkeersregels te houden en te stoppen voor een rood uitstralend verkeerslicht. De kantonrechter heeft terecht gewezen op het gevaarzettende karakter van de gedraging. Dit brengt mee dat de bestuurder had moeten stoppen en, nadat het verkeerslicht groen licht was gaan uitstralen, haar weg had moeten vervolgen. Slechts voor ambulances geldt, onder omstandigheden, een vrijstelling van deze verplichting. In hetgeen is aangevoerd ziet het hof derhalve geen aanleiding om het bedrag van de sanctie te matigen.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.