ECLI:NL:GHARL:2022:2098
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende staandehouding bestuurder
De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het als bromfietser zonder fiets/bromfietspad gebruikmaken van de rijbaan op 17 april 2019 in Amsterdam. De sanctie werd aan de kentekenhouder opgelegd omdat de bestuurder niet was staande gehouden.
De gemachtigde voerde aan dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd, omdat niet is komen vast te staan dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden. De ambtenaar gaf als reden dat hij verder moest vanwege een dringende melding, maar motiveerde niet waarom die melding zo urgent was dat staandehouding onmogelijk was.
Het hof oordeelt dat artikel 5 Wahv Pro vereist dat de ambtenaar de bestuurder staande houdt tenzij er geen reële mogelijkheid was. De enkele vermelding van een dringende melding is onvoldoende om aan te nemen dat staandehouding niet mogelijk was. Daarom wordt de sanctiebeschikking vernietigd en de beslissing van de kantonrechter en officier van justitie vernietigd. Tevens wordt de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende aannemelijkheid dat staandehouding niet mogelijk was.