ECLI:NL:GHARL:2022:212

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 januari 2022
Publicatiedatum
13 januari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.283.979/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVW 1994Art. 3 lid 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete wegens hinderlijk parkeren ondanks aanwijzingen verkeersregelaars

De betrokkene kreeg een boete van €140 opgelegd voor het parkeren van een voertuig op een wijze die het verkeer hinderde en mogelijk gevaar veroorzaakte op de Marga Klompésingel in Utrecht op 25 juli 2019.

De betrokkene stelde dat hij de aanwijzingen van verkeersregelaars had opgevolgd en dat het voertuig geen gevaar of hinder veroorzaakte, aangezien een stadsbus en vrachtwagen de bocht nog konden nemen. Ook werd betwist dat de schade aan de bus direct verband hield met de parkeerplaats.

Het hof oordeelde dat uit het dossier, waaronder verklaringen van de ambtenaar en foto's, blijkt dat het voertuig deels op de rijbaan en deels op het trottoir stond, waardoor het verkeer, met name bredere voertuigen zoals de stadsbus, gehinderd werd. De betrokkene had zich hiervan bewust kunnen zijn. De stelling dat verkeersregelaars toestemming hadden gegeven werd niet aannemelijk gemaakt.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard en het hof bevestigde deze beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De boete van €140 wegens hinderlijk parkeren wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.283.979/01
CJIB-nummer
: 227544264
Uitspraak d.d.
: 13 januari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 10 augustus 2020, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 juli 2019 om 20:57 uur op de Marga Klompésingel in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de aanwijzingen van de verkeersregelaars heeft opgevolgd. Het voertuig stond op een dusdanige wijze geparkeerd dat dit geen gevaar of hinder op heeft kunnen leveren voor het overige verkeer. Een vrachtwagen of een stadsbus kon de draai in de bocht nog steeds halen. Het is onduidelijk hoe de vermeende schade aan de bus direct gerelateerd kon worden aan de plek waar het voertuig stond geparkeerd. Het is niet voor een ieder aanstonds duidelijk dat de plek waar het voertuig geparkeerd stond hinder zou kunnen veroorzaken.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat het voertuig op zodanig wijze op de weg stond waardoor de doorgang voor het verkeer werd dan wel kon worden geblokkeerd. De situatie was als volgt: door parkeren van het voertuig in de bocht stond de stadsbus lijn 5 vast met gevolg dat er schade aan de bus is.”
5. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 21 december 2020. De ambtenaar verklaart hierin het volgende:
“De betrokkene geeft aan in het bezwaar dat de verkeersregelaars ter plaatse niks zeiden over hoe het voertuig van de betrokkene geparkeerd was. Hierdoor ging de betrokkene ervan uit dat het mocht. Op het moment dat de bestuurder zijn voertuig parkeerde was ik, verbalisant, niet ter plaatse. Hoe de verkeersregelaars gehandeld hebben in de situatie is mij dus niet bekend.
Volgens de betrokkene stonden er 50 auto’s geparkeerd aan dezelfde kant van de weg en alle hebben een parkeerboete gekregen. Dat is correct. Ter plaatse zag ik dat er meerdere voertuigen verkeerd geparkeerd stonden. Hier zijn meerdere bekeuringen uitgeschreven.
Ik, verbalisant, kwam samen met mijn collega ter plaatse naar aanleiding van een melding dat er een stadsbus was klemgereden door verkeerd geparkeerde auto’s. Hierbij probeerde een ander, voor ons onbekend voertuig, de stadsbus voorbij te gaan. Zowel de stadsbus als het onbekende voertuig werden gehinderd door meerdere voertuigen die fout geparkeerd stonden. Hierbij is er schade gereden aan de stadsbus.”
6. Het dossier bevat daarnaast vier foto’s van de gedraging. Hierop is te zien dat het voertuig van de betrokkene met twee wielen op de rijbaan en twee wielen op het trottoir staat geparkeerd. Aan de andere zijde van de rijbaan staan ook auto’s geparkeerd. Daarnaast is op de foto’s een bus te zien; deze kan het voertuig van de betrokkene passeren.
7. Naar het oordeel kan op basis van de verklaringen van de ambtenaar en de overgelegde foto's worden vastgesteld dat sprake is van het veroorzaken van hinder. Andere voertuigen, waaronder de stadsbus, konden het voertuig van de betrokkene weliswaar passeren, maar zij konden dit niet ongehinderd doen. In het bijzonder bredere en langere voertuigen konden, door de ter plaatse geparkeerd staande voertuigen waaronder die van de betrokkene, niet dan met veel moeite en gemanoeuvreer passeren. De betrokkene had zich hiervan bewust kunnen zijn bij het parkeren van zijn voertuig. Dat de betrokkene op aanwijzing van een verkeersregelaar ter plaatse heeft geparkeerd is niet aannemelijk gemaakt. De enkele omstandigheid dat verkeersregelaars niets van deze wijze van parkeren gezegd zouden hebben, kan niet als aanwijzing van een verkeersregelaar worden gezien.
8. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.