ECLI:NL:GHARL:2022:2138
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend wegens onredelijke kostenveroordeling na administratief beroep verkeersboete
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het negeren van een inhaalverbod voor vrachtauto's op de A50. Na meerdere aanmaningen en een dwangbevel stelde de gemachtigde een verzoek tot intrekking van verhogingen en dwangbevel bij de officier van justitie. Deze kwalificeerde het verzoek als administratief beroepschrift tegen de inleidende beschikking en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De betrokkene moest daarop beroep instellen bij de kantonrechter, die het beroep gegrond verklaarde en de beslissing van de officier van justitie vernietigde, maar het verzoek om proceskostenvergoeding afwees.
In hoger beroep betoogde de gemachtigde dat het onredelijk was dat de betrokkene de kosten van het beroep moest dragen, aangezien het verzoek ten onrechte als administratief beroep was aangemerkt. Het hof oordeelde dat het verzoek van de betrokkene niet als administratief beroep had moeten worden behandeld, waardoor zij onnodig kosten heeft moeten maken. Het hof vernietigde daarom het besluit van de kantonrechter en kende alsnog proceskostenvergoeding toe.
De vergoeding werd berekend aan de hand van procespunten en wegingsfactoren, resulterend in een bedrag van €664,13 dat de advocaat-generaal moet vergoeden. Hiermee wordt recht gedaan aan de onredelijke kostenlast die de betrokkene onverschuldigd heeft moeten dragen door het handelen van de officier van justitie.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €664,13 wegens onredelijke kostenlast voor betrokkene.