ECLI:NL:GHARL:2022:244

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 januari 2022
Publicatiedatum
14 januari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.268.092/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeerArt. 62 RVV 1990Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete wegens overschrijding maximumsnelheid op autosnelweg ondanks bezwaar over meetlocatie en bebording

De betrokkene kreeg een boete van €116,- opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 15 km/u op de A10 in Amsterdam op 30 maart 2018. De betrokkene stelde in hoger beroep dat de kantonrechter onjuist had geoordeeld omdat een afrit een zijweg is die het wegvak beëindigt en dat de meetlocatie onjuist was vastgesteld. Ook werd aangevoerd dat de snelheid niet controleerbaar zou zijn omdat deze niet in de databalk op de foto stond en dat de gebruikte schouwrapporten niet betrouwbaar waren.

Het hof oordeelde dat de snelheid wel degelijk uit de foto en het dossier kon worden afgeleid en dat de afrit niet leidt tot een nieuw wegvak voor bestuurders die de doorgaande rijbaan volgen. De gebruikte schouwrapporten waren volgens het hof passend en de meetlocatie was correct vastgesteld bij hectometerpaal 25.3. De kantonrechter had een motiveringsgebrek over de meetlocatie, maar dit deed niet af aan de juistheid van de beslissing.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De boete blijft gehandhaafd en het beroep van de betrokkene wordt ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor snelheidsovertreding en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.268.092/01
CJIB-nummer
: 215673387
Uitspraak d.d.
: 14 januari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 3 september 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 116,- voor: “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 15 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 30 maart 2018 om 05:32 uur op de A10 links in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter geen rekening heeft gehouden met de afrit tussen hectometerpaal 25.5 en hectometerpaal 25.3. Daarbij merkt de gemachtigde op dat een afrit een zijweg is en dat daarmee het wegvak eindigt waarop relevante bebording van toepassing is. Na de afrit had de bebording daarom herhaald moeten worden. Daarnaast is de kantonrechter van een onjuiste meetlocatie uitgegaan. De meting is immers al eerder bij hectometerpaal 25.3 begonnen en niet pas bij het einde van het traject ter hoogte van hectometerpaal 24.7. Verder voert de gemachtigde aan dat de door de betrokkene gereden snelheid niet controleerbaar is omdat deze niet in de databalk op de foto is vermeld. Tot slot wordt opgemerkt dat het ene door de advocaat-generaal ingebrachte schouwrapport, gelet op het arrest van dit hof van 25 april 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:3565), te oud is. Het andere schouwrapport is van na de pleegdatum, dus te nieuw.
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. De vaststelling dat een gedraging is verricht, kan worden gebaseerd op de gegevens in het zaakoverzicht. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daartoe aanleiding geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte trajectsnelheidsmeter op basis van factoren tijd en afstand.
Gemeten gemiddelde (afgelezen) snelheid : 98 km per uur.
Werkelijke gemiddelde (gecorrigeerde) snelheid : 95 km per uur.
Toegestane snelheid : 80 km per uur.
Overschrijding met : 15 km per uur. (…)
De geconstateerde gemiddelde snelheid was het resultaat van een berekening die plaatsvond op basis van de tijdsduur en de afgelegde wegafstand van het controletraject. (…)
Overtreden artikel 62 jo Pro. Bord A1 RVV 1990 (…)
Rijrichting van: Coentunnel
Rijrichting naar: knooppunt de Nieuwe Meer
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 24.7L"
5. Daarnaast bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 3 augustus 2018 waarin de ambtenaar het volgende verklaart:
“Uit de foto blijkt dat de begintijd om 5:32:12.599 was en de eindtijd om 05:32:36.027. De beginlocatie van de meting is bij hm 23.5 en de eindlocatie is bij 24.7. De lengte van het traject is 636 meter.”
De ambtenaar heeft een NMi-verklaring van 1 december 2017 (met typegoedkeuringsnummer TP8856) en twee foto’s van de gedraging bij het aanvullend proces-verbaal gevoegd waaruit bovenstaande gegevens kunnen worden afgeleid.
6. Met de gemachtigde stelt het hof vast dat de door de betrokkene gereden snelheid niet is weergegeven in de databalk op de foto van de gedraging. Het hof kan de gemachtigde echter niet volgen in de stelling dat de door de betrokkene gereden snelheid daardoor niet controleerbaar is. Uit de gegevens bovenaan de foto’s van de gedraging die de ambtenaar bij het aanvullend proces-verbaal van 3 augustus 2018 heeft gevoegd, volgt dat de geconstateerde snelheid 98 kilometer per uur bedraagt. Het verweer van de gemachtigde faalt daarom.
7. Met betrekking tot de stelling van de gemachtigde dat de afrit bij hectometerpaal 25.5 en 25.3 een zijweg is die de werking van alle verkeersborden opheft, wordt het volgende overwogen. Bij de beoordeling hiervan is het begrip wegvak van belang. Dit begrip is in artikel 1, aanhef en onder e, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer als volgt gedefinieerd: gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of - indien geen zijweg aanwezig is - tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft. De enkele omstandigheid dat ter plaatse een afrit zou zijn, brengt niet mee voor bestuurders die de doorgaande rijbaan blijven volgen sprake is van een nieuw wegvak. Ook dit verweer faalt.
8. Het is vaste rechtspraak van dit hof dat bij permanente controles de aanwezigheid van bebording op andere wijze dan met de vermelding in het zaakoverzicht moet worden vastgesteld (vergelijk het arrest van het hof van 28 februari 2020, gepubliceerd op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2020:1803). In deze zaak is zowel op 20 maart 2018 als op 3 april 2018 de bebording gecontroleerd én is van beide controles door de advocaat-generaal een schouwrapport ingebracht waaruit volgt dat de bebording in orde was. In de zaak waarnaar de gemachtigde verwijst had slechts één schouw plaatsgevonden, namelijk negen dagen voor de vermeende gedraging. Uit het arrest in die zaak kan niet de conclusie worden getrokken dat een termijn van schouw van 9 dagen vóór de vermeende gedraging te lang is en daarmee het in deze zaak ingebrachte schouwrapport te oud. Ook dit verweer van de gemachtigde faalt.
9. Met de gemachtigde en de advocaat-generaal stelt het hof vast dat de trajectsnelheidsmeting is aangevangen bij hectometerpaal 25.3 en niet, zoals de kantonrechter heeft overwogen, ter hoogte van hectometerpaal 24.7. Nu dit motiveringsgebrek niet afdoet aan de juistheid van de door de kantonrechter gegeven beslissing, zal het hof deze beslissing bevestigen met verbetering van gronden.
10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van dit hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.