Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellant],
[appellante],
[appellanten] c.s.,
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
De verdere beoordeling in hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de geïntimeerde structureel 40 uur per week heeft gewerkt, terwijl in haar schriftelijke arbeidsovereenkomsten 32 uur per week is overeengekomen. Het hof stelt vast dat niet is komen vast te staan dat partijen bij aanvang van de arbeidsovereenkomst een 40-urige werkweek zijn overeengekomen. De geïntimeerde beroept zich op het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW, maar slaagt er niet in dit voldoende te onderbouwen tegenover het gemotiveerde verweer van appellanten.
Appellanten erkennen dat geïntimeerde op haar verzoek en afhankelijk van het werkaanbod extra uren heeft gewerkt, met een gemiddeld aantal uren van circa 35 per week in de jaren voorafgaand aan haar ziekmelding. Het hof acht dit een redelijke basis voor de loonbetalingsverplichting bij ziekte, in samenhang met goed werkgeverschap en redelijkheid en billijkheid.
De vordering van geïntimeerde tot betaling van onbetaald gelaten uren is onvoldoende onderbouwd, mede omdat zij niet concreet is ingegaan op het verweer van appellanten dat extra gewerkte uren zijn verrekend met verlofuren. Geïntimeerde vordert tevens loonspecificaties, waarvoor het hof appellanten veroordeelt tot verstrekking van een aangepaste specificatie zonder dwangsom.
Het hof wijst de vordering gebaseerd op 40 uur en 90% loondoorbetaling over het tweede ziektejaar af en stelt dat geïntimeerde een nieuwe berekening kan indienen op basis van 35 uur en 70% loondoorbetaling. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling en besluit tot aanhouding van verdere beslissing.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte gebaseerd is op een arbeidsomvang van 35 uur per week en verwijst de zaak voor nadere loonberekening.