ECLI:NL:GHARL:2022:2537

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 april 2022
Publicatiedatum
1 april 2022
Zaaknummer
Wahv 200.299.044/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvArt. 12, eerste lid WahvArt. 11 WahvArt. 2, derde lid Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens snelheidsovertreding wegens onvoldoende bebording

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 9 km/h op een buiten de bebouwde kom gelegen weg. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Het hof oordeelde dat het appelverbod niet van toepassing was omdat de gemachtigde niet deugdelijk was opgeroepen voor de zitting bij de kantonrechter, waardoor het hoger beroep ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en beoordeelde het beroep inhoudelijk.

Het hof stelde vast dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte dat de vereiste verkeersbebording (bord A1) op het moment van de overtreding aanwezig en deugdelijk was. De schouwrapporten betroffen een periode van een maand voor en vijf maanden na de overtreding, wat onvoldoende representatief is. Hierdoor kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden zoals geconstateerd.

Daarom vernietigde het hof de sanctiebeschikking en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. De zaak werd op een openbare zitting behandeld en het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs van de aanwezigheid van de vereiste verkeersbebording en wijst het hoger beroep toe.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.299.044/01
CJIB-nummer
: 234135750
Uitspraak d.d.
: 1 april 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 10 juni 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2022. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
Van geen van deze situaties is hier sprake. Tegen de beslissing van de kantonrechter staat daarom in beginsel geen hoger beroep open.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het appelverbod buiten toepassing moet blijven, omdat geen oproeping voor de zitting van de kantonrechter is ontvangen.
3. In het dossier bevindt zich een brief van de griffier van de rechtbank van 11 mei 2021, waarin de gemachtigde wordt opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter op 10 juni 2021. Nu de rechtbank niet over een deugdelijke verzendadministratie beschikt en de oproep voor de zitting niet aangetekend is verzonden, kan het hof niet vaststellen dat de gemachtigde behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter. Daarmee is in strijd gehandeld met artikel 12, eerste lid, van de Wahv. Dit brengt mee dat het appelverbod buiten toepassing moet worden gelaten. Het hoger beroep is dan ook ontvankelijk.
4. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep gericht tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.
5. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Bij die beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een administratieve sanctie opgelegd van € 60,- voor: “overschrijding maximumsnelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 9 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 juni 2020 om 02:48 uur op de N211 Wippolderlaan (kruising Wateringseveldweg) in Wateringen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
6. De gemachtigde van de betrokkene betwist de plaatsing van de juiste bebording en voert aan dat uit het dossier niet blijkt dat de bebording vlak vóór en ná de controle is gecontroleerd. Het door de officier van justitie ingebrachte schouwrapport is daartoe onvoldoende representatief.
7. Uit het zaakoverzicht volgt dat - kort samengevat - is gemeten dat met het voertuig met kenteken [kenteken] een (gecorrigeerde) snelheid is gereden van 59 km/h op de hierboven genoemde datum, tijd en plaats. De gedraging is geconstateerd door middel van een lusdetector en een flitspaal op de buiten de bebouwde kom gelegen kruising van de hiervoor vermelde wegen. De toegestane maximumsnelheid zou hier 50 km/h hebben bedragen. De sanctie is opgelegd door een bij het CJIB werkzame buitengewoon opsporingsambtenaar.
8. Het dossier bevat onder meer door de officier van justitie en de advocaat-generaal ingebrachte processen-verbaal van schouw digitale flitspaal. Hieruit volgt dat de bebording op de N211 (Wippolderlaan) op 11 mei 2020 en op 26 november 2020 door een ambtenaar is gecontroleerd en in orde bevonden.
9. Het hof is van oordeel dat het dossier niet de voor de vaststelling van de gedraging noodzakelijke informatie bevat over de aanwezigheid van deugdelijke bebording ten tijde van het vaststellen van de gedraging. De schouwrapporten zien op de situatie van één maand vóór en ruim vijf maanden maanden ná de gedraging. Dat is niet afdoende om te kunnen oordelen dat er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van de (vermeende) gedraging. Bij gebreke van afdoende informatie is naar het oordeel van het hof niet met voldoende zekerheid komen vast te staan dat de maximumsnelheid ten tijde van de gedraging behoorlijk was aangegeven. Dit betekent dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal de inleidende beschikking daarom vernietigen.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en het bijwonen van de zitting bij het hof dienen in totaal 4 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.544,25 (= (1,5 x € 541,- x 0,5) +
(3 x € 759,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.544,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.