Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verweerster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 23 september 2021 beoordeeld inzake het gezag over twee minderjarige kinderen. De moeder oefende het gezag uit, terwijl de vader onder curatele stond. De kinderen zijn uit huis geplaatst en onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling (GI).
De rechtbank had het verzoek van de raad tot beëindiging van het gezag van de moeder afgewezen, maar het hof oordeelt anders. Op grond van artikel 1:266 BW Pro kan het gezag worden beëindigd indien de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd en de ouder niet in staat is de verzorging en opvoeding te dragen binnen een aanvaardbare termijn. Het hof concludeert dat de moeder, mede door haar lichte verstandelijke beperking en psychische problematiek, niet in staat is om samen met de vader de kinderen adequaat te verzorgen.
Het hof baseert zich op uitgebreide hulpverleningsrapporten en het dossier, waarin ernstige zorgen over de hygiëne, opvoeding en mentale draagkracht van de ouders worden beschreven. De moeder heeft zelf erkend de opvoeding niet goed aan te kunnen. Het ouderschapsonderzoek hoeft niet te worden afgewacht, omdat het perspectief van de kinderen niet meer bij de ouders ligt.
De gezagsbeëindiging is noodzakelijk om duidelijkheid te scheppen voor alle betrokkenen. De GI wordt benoemd tot voogd over de kinderen. De beschikking tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing blijft van kracht. De moeder blijft betrokken bij het leven van de kinderen via een omgangsregeling, mede ondersteund door de GI en pleegouders.
Uitkomst: Het gezag van de moeder over de minderjarige kinderen wordt beëindigd en een gecertificeerde instelling wordt benoemd tot voogd.