Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland waarin de verzoeken van de moeder tot eenhoofdig gezag en vervangende toestemming voor naamswijziging van hun kind werden afgewezen.
De minderjarige is geboren uit een beëindigde relatie tussen de ouders en draagt de achternaam van de vader. Sinds eind 2012 heeft de vader geen contact meer met het kind en is hij feitelijk niet betrokken bij de verzorging en opvoeding. De moeder woont samen met haar partner en wenst het gezag over het kind alleen aan haar toe te kennen en het kind de achternaam van haar partner te laten aannemen.
Het hof oordeelt dat het in het belang van het kind is dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en dat de moeder het gezag alleen krijgt. Dit omdat de vader al lange tijd niet betrokken is en de moeder zelfstandig beslissingen neemt. Door het eenhoofdig gezag kan de moeder zelfstandig het verzoek tot naamswijziging indienen zonder medewerking van de vader. Het hof merkt op dat het de vraag is of het kind daadwerkelijk een andere achternaam wil, maar dat dit aan de moeder is om in overleg met het kind te beoordelen.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het gezag betreft en het gezamenlijk gezag wordt beëindigd. De moeder krijgt het gezag alleen toegewezen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het gezagsregister.
Uitkomst: Het hof kent de moeder het eenhoofdig gezag toe en beëindigt het gezamenlijk gezag, waardoor zij zelfstandig het verzoek tot naamswijziging kan indienen.