ECLI:NL:GHARL:2022:2557

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 april 2022
Publicatiedatum
4 april 2022
Zaaknummer
Wahv 200.285.664/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie kentekenhouder voor overschrijding doorgetrokken streep zonder staandehouding bestuurder

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op 7 oktober 2018 met een voertuig op de Kraaijensteinweg te Burgh-Haamstede. De betrokkene stelde in hoger beroep dat de waarneming van de ambtenaar onjuist was, dat de bestuurder niet daadwerkelijk de streep had overschreden, en dat de sanctie in strijd was met artikel 5 van Pro de Wahv omdat de motoragent de bestuurder had kunnen staande houden.

Het hof oordeelde dat de gegevens in het dossier, waaronder het zaakoverzicht en het proces-verbaal, voldoende bewijs boden dat de overtreding had plaatsgevonden. De ambtenaar had de gedraging vastgesteld en de sanctie opgelegd. De stelling dat de bestuurder op tijd terug was op zijn eigen weghelft leidde niet tot twijfel aan de vaststelling.

Verder stelde het hof vast dat de motoragent vanwege een brede, met gras en struiken begroeide berm niet veilig en verantwoord de Kraaijensteinweg kon oprijden om de bestuurder staande te houden. Hierdoor was het opleggen van de sanctie aan de kentekenhouder gerechtvaardigd volgens artikel 5 Wahv Pro.

De bezwaren van de betrokkene werden ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter.

Uitkomst: De sanctie van €230,- voor het overschrijden van de doorgetrokken streep wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.285.664/01
CJIB-nummer
: 220446128
Uitspraak d.d.
: 4 april 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 15 september 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 oktober 2018 om 8.02 uur op de Kraaijensteinweg (N57) in Burgh-Haamstede met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene blijft bij wat hij in beroep bij de kantonrechter heeft aangevoerd en verwijst daar kortheidshalve naar. Verder voert de gemachtigde aan dat de waarneming van de ambtenaar zoals is vermeld in het zaakoverzicht niet overeenkomt met de daadwerkelijke eigen waarneming. De ambtenaar heeft bij eigen waarneming exact hetzelfde vermeld als de gegevens van de RDW-bevraging, namelijk Volkswagen Golf; 4MOTION V6 177KW. Deze specifieke beschrijving is aan de buitenkant van de auto niet af te lezen. Daarnaast voert de gemachtigde aan dat als de bestuurder ter plaatse is geweest hij op tijd terug was op zijn eigen weghelft en niet de doorgetrokken streep heeft overschreden. Verder wijst de gemachtigde erop dat het aanvullend proces-verbaal pas zeven maanden na de gedraging is opgesteld en dat het proces-verbaal niet mede is ondertekend door de politiemotorrijder die ook ter plaatse aanwezig was. Tot slot stelt de gemachtigde zich op het standpunt dat de sanctie in strijd met artikel 5 van Pro de Wahv is opgelegd. De aanwezige motoragent had de bestuurder staande kunnen houden. Dat deze motoragent niet door een berm van gras kon rijden is volgens de gemachtigde ongeloofwaardig gelet op de speciale opleiding die agenten krijgen voor het besturen van motorvoertuigen. De gemachtigde verzoekt de inleidende beschikking dan ook te vernietigen.
3. Met betrekking tot de opmerking van de gemachtigde dat hij persisteert bij én verwijst naar wat in beroep bij de kantonrechter is aangehaald, wordt overwogen dat de gemachtigde, een professioneel rechtsbijstandverlener, slechts heeft volstaan met deze opmerking en niet heeft aangegeven dat en waarom de kantonrechter de ingediende bezwaren niet juist heeft beoordeeld. Gelet hierop kan deze opmerking niet als beroepsgrond worden beschouwd. Het hof zal hieraan dan ook voorbij gaan.
4. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. De vaststelling dat een gedraging is verricht, kan worden gebaseerd op de gegevens in het zaakoverzicht. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daartoe aanleiding geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Het betrof een dubbele doorgetrokken streep. (…)
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 53.4 (…)
Reden geen staandehouding: verbalisant stond op een statische controle.”
6. Daarnaast bevat het dossier een proces-verbaal van bevindingen van 23 mei 2019 waarin de ambtenaar - voor zover hier van belang - het volgende verklaart:
“Staandehouding was niet mogelijk daar ik (…) mij op de Meeldijk te Burg-Haamstede bevond. Het voertuig van de betrokkene bevond zich op de Kraaijgensteinweg te Burg-Haamstede en reed in de richting van de Westenschouwen. Tussen de Kraaijensteinweg en de Meeldijk is een brede grasberm gelegen. Voor de politiemotorrijder die zich samen met mij op de Meeldijk bevond was het niet veilig en verantwoord via de tussengelegen berm de Kraaijensteinweg op te rijden.”
7. Bij dit proces-verbaal heeft de ambtenaar een plattegrond gevoegd met daarop aangegeven de positie waar hij zich ten tijde van de gedraging bevond en de locatie en de rijrichting van de bestuurder van het voertuig van de betrokkene. Verder heeft de gemachtigde afbeeldingen van Google Maps Street View van de situatie ter plaatse ingebracht.
8. Een sanctie kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv worden opgelegd door de ambtenaar die de gedraging heeft vastgesteld. Uit het zaakoverzicht en de aanvullende verklaring volgt dat de gedraging is vastgesteld door ambtenaar Iwaarden, inspecteur van de politie, en dat hij ook degene is geweest die de sanctie heeft opgelegd. Gelet hierop was er voor de andere ter plaatse aanwezige ambtenaar geen reden om het aanvullend proces-verbaal (mede) te ondertekenen. Aan de omstandigheid dat ambtenaar Iwaarden het aanvullend proces-verbaal zeven maanden na de gedraging heeft opgemaakt, zal het hof ook geen consequenties verbinden. Tijdsverloop maakt op zichzelf de verklaring van een ambtenaar niet onbetrouwbaar.
9. Het hof ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene. Uit het zaakoverzicht kan worden afgeleid dat het kenteken, het merk en het type van het voertuig door de ambtenaar zelf zijn waargenomen. Dat hij voor wat betreft de omschrijving heeft aangesloten bij de terminologie in het RDW-register, maakt dat niet anders. Ook de stelling van de gemachtigde dat de bestuurder op tijd terug was op zijn eigen weghelft en de doorgetrokken streep niet heeft overschreden, leidt niet tot twijfel. Uit de verklaringen van de ambtenaar kan immers worden afgeleid dat hij goed zicht had op het voertuig van de betrokkene, nu hij een statische positie op de parallel aan de Kraaijensteinweg gelegen weg had ingenomen. Naar het oordeel van het hof kan daarom op basis van de aanwezige gegevens in het dossier worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt zodat aan hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
11. Uit zowel de verklaring van de ambtenaar als de door de gemachtigde ingebrachte afbeelding van Google Maps Street View blijkt dat tussen de Kraaijensteinweg (de weg waarop de bestuurder reed) en de Meeldijk (de weg waarop de ambtenaar zich bevond) een brede brem is gelegen. Deze berm is begroeid met gras en een haag van middelhoge struiken. Anders dan de gemachtigde, acht het hof aannemelijk dat het voor de ambtenaar, ook indien hij een uitgebreide en aanvullende rijopleiding zou hebben gevolgd, niet verantwoord en veilig was door het gras en de struiken de Kraaijensteinweg op te rijden. Voor de ambtenaar bestond op dat moment dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding, zodat de ambtenaar met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder mocht opleggen.
12. De bezwaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er bestaat geen aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.