Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
“indien”aanvangende) voorwaarde is de verdelingsvordering toewijsbaar.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 5 april 2022 arrest gewezen in hoger beroep over de vraag of het Kadaster als rechthebbende kan worden aangemerkt voor vorderingen wegens inschrijvingskosten en recherchekosten op een aandeel in de notariële kwaliteitsrekening.
Het hof heeft de prejudiciële vraag die aan de Hoge Raad was voorgelegd overgenomen en de prejudiciële beslissing van 19 november 2021 gevolgd. De Hoge Raad bevestigde dat het Kadaster rechthebbende is indien een geldbedrag ten behoeve van zijn vorderingen bij de overdracht of vestiging van een beperkt recht op een registergoed op de kwaliteitsrekening is bijgeschreven.
Op basis hiervan heeft het hof het bestreden vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van het Kadaster, zij het beperkt tot het aanwezige saldo van € 6.225,51, toegewezen. Tevens is de beheerder van de kwaliteitsrekening veroordeeld mee te werken aan de pro rata verdeling van dit saldo. De proceskosten worden door iedere partij zelf gedragen.
Deze uitspraak bevestigt de positie van het Kadaster als rechthebbende op de kwaliteitsrekening en verduidelijkt de voorwaarden waaronder aanspraak kan worden gemaakt op een aandeel in het saldo.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van het Kadaster toe voor een aandeel van € 6.225,51 op de notariële kwaliteitsrekening en veroordeelt de beheerder tot medewerking aan de verdeling.