Het huwelijk van partijen werd in 2013 ontbonden. De vrouw verzocht de rechtbank om vaststelling van kinderalimentatie voor hun drie kinderen. De rechtbank stelde een lage bijdrage vast vanwege twijfel over de draagkracht van de man. In hoger beroep verzochten partijen herziening van de bijdrage.
Het hof constateerde dat financiële gegevens over het inkomen van partijen ontbreken, waardoor de draagkracht van de man niet exact kan worden vastgesteld. Wel is duidelijk dat de man een aanzienlijke schuldenlast heeft, waaronder een hypothecaire restschuld van circa €90.000. De man stelt dat hij door gezondheidsproblemen niet kan werken en geen draagkracht heeft, maar het hof acht zijn financiële situatie onvoldoende onderbouwd en concludeert dat hij niet heeft aangetoond dat betaling van een bijdrage onaanvaardbaar is.
Het hof stelt daarom in redelijkheid en billijkheid een bijdrage vast van €75 per kind per maand voor de twee minderjarige kinderen en €75 per maand voor de jongmeerderjarige voor de periode tot september 2020. Hiermee wordt de eerdere beschikking vernietigd en vervangen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.