Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft vijf hoogbegaafde minderjarige kinderen die onder toezicht zijn gesteld en deels uit huis geplaatst vanwege bedreiging van hun ontwikkeling en problematiek rond passende hulpverlening. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en is betrokken bij de zorg, maar de hulpverlening stagneerde door gebrek aan continuïteit en expertise, vooral met betrekking tot hoogbegaafdheid.
De rechtbank had de kinderen onder toezicht gesteld tot 7 juli 2022 en de uithuisplaatsing verlengd tot 7 oktober 2021. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissingen. Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd was, maar dat sinds de inzet van de 'doorbraakmethode' en betere hulpverlening de situatie is verbeterd, waardoor de ondertoezichtstelling kan worden beperkt tot 1 april 2022.
Ten aanzien van de uithuisplaatsing is onvoldoende gebleken dat verlenging na de eerste twee maanden noodzakelijk was. De rapportages tonen meer rust en ruimte bij de moeder, en de algemene overwegingen in de beschikking rechtvaardigen geen langere uithuisplaatsing. Het hof vernietigt daarom de eerdere beschikking en wijst het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing af.
De uitspraak bevestigt het belang van passende hulpverlening onder regie van de gecertificeerde instelling en benadrukt dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing alleen zo lang mogen duren als strikt noodzakelijk is voor het welzijn van de kinderen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de kinderen wordt beperkt tot 1 april 2022 en het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing wordt afgewezen.