ECLI:NL:GHARL:2022:2739
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen drie raadsheren wegens regievoering en hoor en wederhoor
In deze zaak heeft verzoeker tijdens een mondelinge behandeling bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de drie behandelend raadsheren gewraakt. Het wrakingsverzoek was gebaseerd op de stelling dat de regievoering tijdens de zitting onjuist was en dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was nageleefd, met name omdat verzoeker niet zijn volledige zienswijze mocht voorlezen en de spreektijd beperkt werd tot tien minuten die gedeeld moest worden met zijn advocaat.
De wrakingskamer heeft het verzoek ontvankelijk verklaard en de gronden van het wrakingsverzoek zorgvuldig beoordeeld. Uit het proces-verbaal bleek dat de voorzitter van het hof aan het begin van de zitting had aangegeven dat de schriftelijke persoonlijke zienswijze van verzoeker mogelijk buiten beschouwing zou worden gelaten, omdat het aan de advocaten is om het geschil uiteen te zetten. Na overleg werd besloten de zienswijze als productie bij het journaalbericht van de advocaat te beschouwen.
De wrakingskamer benadrukte dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat dit vermoeden slechts kan worden doorbroken bij uitzonderlijke omstandigheden die zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid opleveren. De wijze van regievoering door de voorzitter werd niet als zodanig onbegrijpelijk beoordeeld dat partijdigheid aannemelijk was. Bovendien was de regievoering in overeenstemming met het procesreglement voor verzoekschriftprocedures. Het bezwaar tegen de toepassing van het hoor en wederhoor-beginsel is niet geschikt voor wraking maar voor het reguliere rechtsmiddelenstelsel.
Daarom wees de wrakingskamer het verzoek tot wraking af. De beslissing werd op 5 april 2022 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie raadsheren is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.