ECLI:NL:GHARL:2022:274

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 januari 2022
Publicatiedatum
17 januari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.278.111/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs bekwaamheid ambtenaar en onduidelijkheden ijkdocumenten

De betrokkene kreeg een sanctie van €106 opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 13 km/h op een weg buiten de bebouwde kom. De gemachtigde voerde aan dat de verbalisant niet bekwaam was omdat hij geen certificaat had voor de gebruikte meetapparatuur, en dat de ijkdocumenten niet overeenkwamen met de gebruikte camera, waardoor de meting onbetrouwbaar zou zijn.

Het hof stelde vast dat de verbalisant wel een certificaat had voor een ander type meetapparaat, maar niet voor de Traffistar SR 520 die in deze zaak werd gebruikt. Ook kwam het cameramerk op de foto niet overeen met de nummers in de NMi-verklaring. Deze onduidelijkheden werden door het openbaar ministerie niet weerlegd.

Daarom kon de sanctie niet in stand blijven en werd de beschikking vernietigd. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. Het hof besloot het beroep gegrond en vernietigde de eerdere beslissingen van de kantonrechter en officier van justitie.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van bekwaamheid ambtenaar en onduidelijkheden in de ijkdocumenten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.278.111/01
CJIB-nummer
: 189842195
Uitspraak d.d.
: 17 januari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 23 januari 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is R.A. Goemmatov, kantoorhoudende te 's-Gravenhage.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft -na terugwijzing van de zaak door het hof- het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 106,- voor: “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 13 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 april 2015 om 22.31 uur op de Rijksweg N11 in Hazerswoude met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert onder meer aan dat de verbalisant geen certificaat van deelname aan de gebruiksinstructie voor de Traffistar SR 520 heeft. De gemachtigde heeft een certificaat overgelegd dat hij na een Wob-verzoek van de politie heeft ontvangen en daaruit blijkt dat de betreffende verbalisant heeft deelgenomen aan de gebruikersinstructie voor de Robot Traffipax / Traffiscan III. De gemachtigde verbindt hieraan de conclusie dat de verbalisant niet de nodige opleiding heeft genoten en dus niet bevoegd (het hof begrijpt: bekwaam) was om de camera te bedienen.
Voorts stelt de gemachtigde dat de verklaring van het NMi niet bij deze snelheidsmeter hoort, omdat uit het zaakoverzicht blijkt dat de camera die de gedraging zou hebben vastgelegd een ander nummer heeft dan wat in de NMi-verklaring staat vermeld (te weten A01994A6 in plaats van 649-000/61200). Gelet hierop is de meting onbetrouwbaar.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid : 117 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid : 113 km per uur.
Toegestane snelheid : 100 km per uur.
Overschrijding met : 13 km per uur.”
5. Het dossier bevat foto's van de gedraging. Voor zover hier van belang, is daarop te zien dat het voertuig met het kenteken [kenteken] ter plaatse rijdt. De gedragingsgegevens die zijn vermeld in de databalk onderaan de foto's komen overeen met voormelde gedragingsgegevens. Voorts is onder de foto's vermeld, voor zover van belang: "TP-nr NMi: TP6990. Camera CRC: A01994A6'”
6. Het dossier bevat voorts afschriften van een NMi-verklaring van 19 november 2014. Afschriften van deze verklaring zijn zowel door de gemachtigde - na een Wob-verzoek - als door de officier van justitie aan het dossier toegevoegd. Uit deze NMi-verklaring blijkt onder meer dat het in deze zaak gebruikte meetmiddel - een detector snelheidsmeter, type Traffistar SR 520, met typegoedkeuringsnummer TP 6990 - ten tijde van de meting voldeed aan de Concept voorschriften meetmiddelen politie. Als nummer van de meet-eenheid is vermeld 593-071/71140 en als nummer van de digitale camera is vermeld 64-000/61200.
7. Bij de stukken van het geding bevindt zich voorts het door de gemachtigde overgelegde certificaat, waaruit volgt dat de verbalisant (met nummer [nummer] ) heeft deelgenomen aan de gebruikersinstructie Robot Traffipax / Traffiscan III. Andere certificaten bevinden zich niet in het dossier.
8. Het hof stelt vast dat uit de foto’s van de gedraging blijkt dat de snelheidsmeting is uitgevoerd met een meetmiddel met typegoedkeuringsnummer TP6990. Uit de in het dossier aanwezige NMi-verklaring blijkt dat dit type de Traffistar SR 520 betreft. Op grond van de informatie in het dossier kan het hof niet vaststellen dat de ambtenaar was opgeleid voor het bedienen van de Traffistar SR 520. Het door de gemachtigde overgelegde -hem door de politie verstrekte- certificaat betreft de Traffipax / de Traffiscan III. In het dossier ontbreekt informatie omtrent de vraag of en in hoeverre de opleiding voor de Traffipax / de Traffiscan III toereikend is voor de bediening van de Traffistar SR 529..
9. Het hof stelt voorts vast dat het op de foto van de gedraging opgenomen nummer van de camera niet overeenkomt met de in de NMi-verklaring genoemde nummers van de meet-eenheid en de digitale camera. Gelet hierop is het onduidelijk of de overgelegde NMi-verklaring is afgegeven voor de in deze zaak gehanteerde apparatuur.
10. De gemachtigde van de betrokkene heeft vanaf administratief beroep (onder meer) de bovengenoemde gronden aangevoerd. De advocaat-generaal heeft afgezien van het uitbrengen van een verweerschrift waarin hij deze vragen had kunnen beantwoorden
11. Het hof ziet geen aanleiding om in deze fase van de procedure de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen om hieromtrent nog nadere informatie te verstrekken.. De aan de betrokkene opgelegde sanctie kan, gelet op het vorenstaande, niet in stand blijven. Het hof zal als volgt beslissen.
12. Nu de inleidende beschikking wordt vernietigd, komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het bijwonen van de zitting van de kantonrechter van 11 oktober 2016 en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal vier procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.409,-
(= 1 x € 541,- x 0,5 + 3 x € 759,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.409,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.