ECLI:NL:GHARL:2022:2775

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 april 2022
Publicatiedatum
12 april 2022
Zaaknummer
Wahv 200.287.741/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen administratieve sancties verkeersvoorschriften

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor drie verkeersovertredingen, waaronder rechts inhalen waar dat verboden is, gepleegd op 9 augustus 2019 op de A15. Hoewel vijf overtredingen werden benoemd, werd slechts voor drie een sanctie opgelegd, conform de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen die voorschrijft dat bij meer dan drie overtredingen een proces-verbaal moet worden opgemaakt.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de sanctie onrechtmatig was omdat er vijf overtredingen waren en dus een proces-verbaal had moeten volgen. Het hof oordeelde echter dat de administratieve afdoening correct was, omdat alle overtredingen in één proces-verbaal waren vermeld en slechts drie sancties waren opgelegd, waarmee ongewenste cumulatie werd voorkomen.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het hof bevestigde deze beslissing en wees het verzoek om proceskostenvergoeding eveneens af. De procedure verliep schriftelijk, waarbij het hof geen aanleiding zag de eerdere uitspraak te wijzigen.

Uitkomst: Het hof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep tegen de administratieve sancties en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.287.741/01
CJIB-nummer
: 227787000
Uitspraak d.d.
: 12 april 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 1 december 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt.
Op 24 maart 2022 is nog e-mail van de gemachtigde ontvangen.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “Rechts inhalen waar dat is verboden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 augustus 2019 om 19:40 uur op de Rijksweg A15 in Meteren met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de sanctie in strijd met de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen (hierna: Aanwijzing) is opgelegd. Gelet op de Aanwijzing dient bij het benoemen van meer dan drie overtredingen een proces-verbaal te worden opgesteld in plaats van het volgen van de administratiefrechtelijke weg. De ambtenaar benoemt vijf overtredingen in zijn verklaring. Er diende daarom een proces-verbaal te worden opgesteld.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Rijstrook waarop betrokkene aanvankelijk reed: 1. Rijstrook waarop betrokkene inhaalde: 2. Snelheid waarmee betrokkene inhaalde: 120 kilometer per uur. Aantal ingehaalde voertuigen: 1.”
4. Het dossier bevat ook een aanvullend proces-verbaal d.d. 13 juli 2020, waarin onder meer als volgt is verklaard:
“Op eerder genoemde datum en tijdstip, bevond ik mij op de A15 li ter hoogte van de oprit Geldermalsen. Ik stond daar op de vluchtstrook stil ter controle van het mij passerende verkeer. Ik zag toen een Porsche voorzien van kenteken [kenteken] mij passeren. Ik zag dat dit voertuig opviel doordat het voertuig met hogere snelheid reed dan het overige verkeer dat ik op dat moment zag. Ik zag dat het genoemde voertuig op rijstrook 1 reed. Vervolgens ben ik achter het voertuig aangereden om een snelheidsmeting uit te voeren. Ik zag dat er verderop een wit busje reed met een buitenlands kenteken. Ik zag dat dit busje ook op rijstrook 1 reed. Ik zag dat het genoemde busje dus onnodig links reed. Ik zag dat er op het genoemde stuk weg, de A15 tussen de oprit Geldermalsen en het knooppunt Deil, geen andere op of afritten waren. Ik zag dat de genoemde Porsche het witte busje naderde. Ik zag dat het busje nog steeds op rijstrook 1 reed. Ik zag vervolgens dat de Porsche, zonder snelheid te minderen, naar rijstrook 2 wisselde, het witte busje aan de rechterzijde passeerde, en vervolgens met hoge snelheid zijn weg vervolgde. Ik zag dat er op het moment van passeren geen andere voertuigen bij betrokken waren. Er was dus op dat moment geen sprake van filevorming. Vervolgens zag ik dat de genoemde Porsche voorsorteerde op knooppunt Deil om de A2 op te rijden in de richting van Zaltbommel. Ik zag dat de Porsche bij het verlaten van het knooppunt met hoge snelheid over de invoegstrook, parallel aan de A2 reed. Ik zag dat de Porsche hierbij, na correctie, de maximumsnelheid overschreed met 27 kilometer per uur. Vervolgens zag ik dat de Porsche bij het invoegen op de hoofdrijbaan van de A2 geen richting gaf. Vervolgens zag ik dat het voertuig bij het wisselen van rijstrook 3 naar 2, en bij het wisselen van rijstrook 2 naar 1, geen richting aangaf. Vervolgens heb ik de genoemde Porsche kunnen passeren en middels een volgteken de afrit Zaltbommel laten nemen. Aldaar heb ik het voertuig stilgezet en heb ik de bestuurder drie processen-verbaal aangezegd. Dit zijn processen-verbaal voor het rechts inhalen, voor het overschrijden van de maximumsnelheid en voor het (meermaals) wisselen van rijstrook zonder richting aan te geven.”
5. Artikel 1 van Pro de vanaf 1 januari 2018 geldende Aanwijzing luidt als volgt:
Afdoening overeenkomstig de Richtlijn
Feitgecodeerde zaken worden door de opsporingsinstantie of het OM afgedaan overeenkomstig de Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen.
Om ongewenste cumulatie te voorkomen wordt per gebeurtenis aan de betrokkene/verdachte voor ten hoogste drie overtredingen een administratieve sanctie opgelegd, een strafbeschikking uitgevaardigd of een proces-verbaal opgemaakt.
Indien, bijvoorbeeld bij het volgen van een voertuig, meerdere overtredingen kort na elkaar worden geconstateerd, wordt eveneens voor ten hoogste drie overtredingen een sanctie opgelegd of een strafbeschikking uitgevaardigd. Als het wenselijk is dat alle overtredingen worden benoemd dan moet worden afgezien van de administratiefrechtelijke weg of het uitvaardigen van een strafbeschikking en moet het rijgedrag van de bestuurder en de door hem gepleegde overtredingen worden vastgelegd in een proces-verbaal.
Artikel 2 van Pro de Aanwijzing luidt als volgt:
Uitgangspunt: Afdoening via één traject
Als geconstateerd is dat een persoon op een bepaald moment meerdere overtredingen heeft begaan, wordt aan betrokkene/verdachte een administratieve sanctie opgelegd, óf wordt tegen hem een strafbeschikking uitgevaardigd óf proces-verbaal opgemaakt. Afdoening langs één traject is het uitgangspunt om verwarring van procedures te voorkomen. Als wel de strafrechtelijke en de administratiefrechtelijke weg worden bewandeld, moet daarvan in het proces-verbaal zo concreet mogelijk melding worden gemaakt. Van deze mogelijkheid mag slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt.”
6. Uit de door de gemachtigde overgelegde stukken blijkt dat aan de betrokkene bij inleidende beschikkingen drie sancties zijn opgelegd, te weten voor een snelheidsovertreding, rechts inhalen waar dat is verboden en bij inhalen geen teken met richtingaanwijzer geven. Deze feiten zijn gepleegd met hetzelfde voertuig op dezelfde datum en vrijwel hetzelfde tijdstip.
7. Het hof is van oordeel dat in het onderhavige geval niet in strijd met de Aanwijzing is gehandeld. Er is immers een proces-verbaal opgesteld, waarin alle overtredingen zijn vermeld, is de zaak via één traject afgedaan, namelijk de administratiefrechtelijke weg, en is ongewenste cumulatie voorkomen door voor slechts drie overtredingen een sanctie op te leggen. De grond treft dan ook geen doel.
8. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. De beslissing van de kantonrechter zal daarom worden bevestigd.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.