ECLI:NL:GHARL:2022:2776

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 april 2022
Publicatiedatum
12 april 2022
Zaaknummer
Wahv 200.285.564/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor onnodig toeteren met voertuig op openbare weg

In deze zaak is betrokkene als kentekenhouder gesanctioneerd wegens het geven van signalen op een wijze die niet is toegestaan, namelijk onnodig toeteren op de Rijnzichtweg in Oegstgeest op 5 november 2019.

Betrokkene ontkende dat het voertuig ter plaatse was en voerde aan dat het voertuig op dat moment geparkeerd stond bij een cursuslocatie waar zijn echtgenote aanwezig was. Ter onderbouwing werden meerdere getuigenverklaringen overgelegd.

Het hof oordeelt dat de gegevens waarop de sanctie is gebaseerd, waaronder verklaringen van een daartoe aangewezen ambtenaar en kaartgegevens, voldoende betrouwbaar zijn. De pleeglocatie lag op de route van het huisadres naar de cursuslocatie en de gedraging vond plaats op korte afstand van die locatie. De getuigenverklaringen van de echtgenote en anderen overtuigen het hof niet dat het voertuig niet ter plaatse was.

Daarom wordt de sanctie bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €95 voor onnodig toeteren en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.285.564/01
CJIB-nummer
: 229776716
Uitspraak d.d.
: 12 april 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 19 augustus 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard. De omschrijving van de gedraging en de bijbehorende feitcode zijn in de inleidende beschikking gewijzigd in: R419 - signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van
€ 393,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie van € 95,- opgelegd voor: “signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan”. Deze gedraging zou zijn verricht op
5 november 2019 om 09:45 uur op de Rijnzichtweg in Oestgeest met het voertuig met het kenteken
[kenteken] .
2. De gemachtigde persisteert namens de betrokkene dat het voertuig niet ter plaatse was. Ten tijde van de gedraging stond het voertuig op de parkeerplaats van een locatie waar de echtgenote van de betrokkene een cursus had. Ter adstructie zijn meerdere getuigenverklaringen meegezonden.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De bestuurster van genoemd voertuig wilde van rijbaan verwisselen en vond dat ze daarbij een andere auto van de weg moest drukken. Het lukte niet en uit frustratie begon bestuurster hard onnodig te claxonneren/geluid veroorzaken. Tevens maakte bestuurster druk handgebaren waarmee ze aangaf - door naar haar voorhoofd te wijzen - dat de bestuurder van de auto die ze van de weg af wilde drukken niet goed bij zijn hoofd was.”
5. Verder bevat het dossier een afdruk van kaartgegevens uit Google Maps. Hierop is onder meer de omgeving van de pleeglocatie te zien.
6. Op basis van de gegevens in het dossier stelt het hof vast dat de pleeglocatie op de route ligt van het huisadres van de betrokkene naar de cursuslocatie en dat de gedraging op een paar honderd meter afstand van de cursuslocatie heeft plaatsgevonden. In het licht van deze informatie ziet het hof geen reden te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de gedraging heeft plaatsgevonden met het voertuig van de betrokkene. De getuigenverklaringen maken dit niet anders. De sanctie is opgelegd aan de betrokkene als kentekenhouder. Gelet hierop is niet relevant waar de echtgenote van de betrokkene zich ten tijde van de gedraging bevond. Alleen de echtgenote van de betrokkene heeft verklaard dat het voertuig ten tijde van de gedraging op de cursuslocatie stond geparkeerd. Drie andere getuigen verklaren slechts dat de echtgenote van de betrokkene op het tijdstip van de gedraging op de cursuslocatie aanwezig was. De grond treft geen doel. Vastgesteld kan worden dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene.
7. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.