Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1995 in Irak gehuwd en hebben in 2020 een echtscheidingsprocedure gestart. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en partneralimentatie vastgesteld op € 448 per maand vanaf inschrijving echtscheidingsbeschikking. De man kwam in hoger beroep met meerdere grieven, onder meer over partneralimentatie, draagkracht, behoefte en verdeling van het huwelijksvermogen. De vrouw kwam incidenteel in hoger beroep met eigen grieven.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en het Nederlandse huwelijksvermogensrecht van toepassing is. De man stelde dat de vrouw zich grievend heeft gedragen waardoor de onderhoudsverplichting zou moeten eindigen, maar dit verweer faalt. De behoefte van de vrouw is vastgesteld volgens de hofnorm, wat het hof redelijk acht. De vrouw heeft onvoldoende recente inkomensgegevens overgelegd, waardoor het hof de partneralimentatie vanaf 30 juli 2021 op nihil stelt. Voor de periode tot die datum blijft de alimentatie gehandhaafd.
De man heeft onvoldoende onderbouwd dat hij draagkracht ontbreekt en de vrouw onvoldoende dat zij € 581 kan ontvangen. De man verzocht ook een bijdrage van de vrouw in zijn levensonderhoud, maar zonder onderbouwing wordt dit afgewezen. Diverse grieven over vermeende verzwijging van vermogen, nalatenschap en bankrekeningen worden verworpen wegens gebrek aan bewijs. De verdeling van de auto’s wordt bevestigd op basis van reële waardering. De man krijgt deels gelijk over verrekening van belastingteruggaves. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: De man betaalt partneralimentatie tot 30 juli 2021, daarna nihil; verdeling huwelijksgoederengemeenschap en proceskosten worden bevestigd en gecompenseerd.