Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: [verzoekster] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoekster, geboren in 1971, heeft een mentorschap en bewindvoering ingesteld gekregen door de kantonrechter in 2018. In eerste aanleg werd haar verzoek tot opheffing van het mentorschap en ontslag van de bewindvoerder afgewezen. In hoger beroep stelde verzoekster dat het mentorschap niet meer nodig was, onderbouwd met een verklaring dat haar medicatie was afgebouwd en haar toestand stabiel was.
Het hof oordeelde dat voortzetting van het mentorschap niet zinvol was, mede omdat verzoekster onvoldoende meewerkte en de mentor geen duidelijke werkzaamheden kon aantonen. Daarom werd het mentorschap per direct opgeheven. Het verzoek tot opheffing van het bewind kon niet in hoger beroep worden ingediend, waardoor verzoekster daarin niet-ontvankelijk was.
Het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder werd afgewezen omdat verzoekster geen bereidverklaring van een opvolgend bewindvoerder had overgelegd, waardoor het hof niet kon benoemen. De bestreden beschikking werd daarom vernietigd voor zover het het mentorschap betreft en bekrachtigd voor het overige.
Uitkomst: Het mentorschap is opgeheven, het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder is afgewezen wegens ontbreken van een bereidverklaring van een opvolgend bewindvoerder.