Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Zeeland-West-Brabant van 3 november 2020, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Voorts voert de gemachtigde aan dat sprake is van schending van artikel 5 Wahv Pro. De verklaring van de verbalisant over het niet staandehouden is dermate summier dat daaruit niet blijkt wat de omstandigheden van het geval waren en niet goed beoordeeld kan worden of er een reële mogelijkheid tot staande houden bestond. De betrokkene heeft de gedraging niet verricht en wordt door de schending van artikel 5 Wahv Pro in zijn belangen geschaad.