ECLI:NL:GHARL:2022:3197

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 april 2022
Publicatiedatum
25 april 2022
Zaaknummer
Wahv 200.287.092/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WahvArt. 9 WahvArt. 11 WahvArt. 20d Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens zekerheidstelling in bestuursstrafzaak

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een bestuursstraf niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet stellen van zekerheid. De betrokkene voerde aan dat hij niet de eigenaar van het voertuig was, noch bestuurder, en geen vertegenwoordiger van de sanctieplichtige persoon.

Het hof stelde vast dat de sanctie was opgelegd aan een andere persoon, de beroepsgerechtigde, en dat het beroep was ingesteld door een ander dan deze beroepsgerechtigde. Volgens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) moet de indiener van het beroepschrift zekerheid stellen, tenzij deze niet verantwoordelijk is voor de betaling en niet als gemachtigde optreedt.

Het hof oordeelde dat in deze situatie niet verlangd kan worden dat de betrokkene zekerheid stelt, omdat dit in strijd is met de doel en strekking van de regeling. Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.

Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring wegens het ontbreken van zekerheidstelling en wijst de zaak terug naar de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.287.092/01
CJIB-nummer
: 229000746
Uitspraak d.d.
: 25 april 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 9 oktober 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

[de betrokkene] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
[de betrokkene] heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld.
2. [de betrokkene] voert in hoger beroep aan dat hij niet de eigenaar van het voertuig is en dat hij niet in het voertuig heeft gereden. Hij kent de persoon [naam1] , degene aan wie de sanctie is opgelegd en die woonachtig is op het adres [adres1] , niet en treedt dan ook niet op als diens vertegenwoordiger of gemachtigde.
3. Het hof stelt het volgende vast. De sanctie is bij inleidende beschikking opgelegd aan
[naam1] , wonende te: [adres1] , [woonplaats] (Polen). Deze persoon is derhalve de beroepsgerechtigde in de zin van artikel 6, eerste lid, van de Wahv. Het beroep tegen de inleidende beschikking is ingediend door [de betrokkene] , woonachtig op de [adres2] , en aldus door een ander dan de beroepsgerechtigde. De officier van justitie heeft het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het niet tijdig is ingediend. Dit brengt mee dat [de betrokkene] voor het instellen van beroep tegen de beslissing van de officier van justitie (zelfstandig) beroepsgerechtigd is gelet op artikel 9, eerste lid, van de Wahv. Het hof beschouwt de beslissing van de kantonrechter in dit verband dan ook als beslissing op het beroep van [de betrokkene] .
4. Ingevolge het bepaalde in artikel 11, derde lid, van de Wahv, dient de indiener van het beroepschrift zekerheid te stellen. Het is echter in een situatie als deze, waarin de indiener van het beroepschrift niet degene is aan wie de sanctie is opgelegd (de betrokkene), niet is vastgesteld dat deze als gemachtigde van de betrokkene optreedt en deze niet aansprakelijk kan worden gesteld voor betaling van het bedrag van de opgelegde sanctie, in strijd met doel en strekking van de regeling van de zekerheidsstelling om te verlangen dat aan die verplichting wordt voldaan (vergelijk het arrest van dit hof van 27 oktober 2009, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1648). De kantonrechter had dan ook dienen te oordelen dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is om zekerheid te stellen.
5. Gelet hierop zal het hof de bestreden beslissing vernietigen en de zaak op de voet van artikel 20d, tweede lid, van de Wahv terugwijzen naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.