Het huwelijk van de man en vrouw is ontbonden op 3 maart 2020, waarbij alimentatieverplichtingen voor de man zijn vastgesteld. De man verzocht om verlaging van de kinder- en partneralimentatie wegens inkomensverlies door ontslag en COVID-19.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man in hoger beroep ging met vijf grieven, onder meer over het inkomen van de vrouw, verwijtbaarheid van inkomensverlies en draagkracht van de man. De vrouw betwistte de verzoeken en verzocht afwijzing.
Het hof stelde vast dat het inkomen van de vrouw min of meer gelijk is gebleven en dat de man ondanks ontslag en inkomensverlies voldoende draagkracht heeft om de alimentatie te voldoen. Het hof oordeelde dat het inkomensverlies van de man herstelbaar is, gezien zijn leeftijd, arbeidsverleden en inspanningen om nieuw werk te vinden.
Daarom werd het verzoek tot wijziging van de alimentatie afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.