Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Zeeland-West-Brabant van 18 juni 2019, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene stelde in hoger beroep dat haar voertuig niet op een laad- en losplaats stond, maar op een parkeerplaats van de gemeente, en verwees naar een situatie waarbij een andere persoon van de gemeente een sanctie kreeg maar deze werd ingetrokken. Het hof beoordeelde of de brieven van de betrokkene als hoger beroepschrift konden worden gezien en concludeerde dat dit het geval was, ondanks dat zij haar verzoeken bleef aanduiden als herziening.
De sanctie van €95,- was opgelegd wegens parkeren op 8 mei 2018 op een plek bestemd voor onmiddellijk laden en lossen, zoals vastgesteld door een daartoe aangewezen ambtenaar. Deze ambtenaar had foto’s en een proces-verbaal overlegd waaruit bleek dat het voertuig van de betrokkene tussen borden E7 stond geparkeerd zonder laad- of losactiviteiten gedurende tien minuten.
De betrokkene kon geen concrete argumenten aandragen die de juistheid van deze gegevens in twijfel trokken. Haar beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat zij niet aannemelijk maakte dat de situatie van de andere gemeentemedewerker vergelijkbaar was. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter dat het beroep ongegrond was en de sanctie terecht was opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter dat de sanctie voor fout parkeren terecht is opgelegd.