ECLI:NL:GHARL:2022:3340

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 april 2022
Publicatiedatum
26 april 2022
Zaaknummer
GEMW 200.303.076/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 154b GemeentewetArt. 8 Afvalstoffenverordening AmsterdamArt. 3 Afvalstoffenverordening AmsterdamArt. 7 Afvalstoffenverordening Amsterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke boete voor onjuist aanbieden kartonnen dozen bij grofvuil in Amsterdam

Eiser kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het aanbieden van een kartonnen doos naast een ondergrondse container voor grofvuil in Amsterdam. De boete was gebaseerd op overtreding van artikel 8 van Pro de Afvalstoffenverordening Amsterdam, die voorschrijft dat afval gescheiden moet worden aangeboden in de daarvoor bestemde inzamelvoorzieningen.

Eiser voerde aan dat de doos te groot was voor de papiercontainer en daarom bij het grofvuil was geplaatst, en dat het afval in Amsterdam niet gescheiden wordt ingezameld. Ook stelde eiser dat het onredelijk is om grote dozen klein te maken en dat er sprake was van willekeur omdat alleen hij werd beboet.

Het hof oordeelde dat karton volgens de verordening als oud papier moet worden aangeboden, en dat het gescheiden inzamelen verplicht is. Als de doos te groot is, moet deze worden verkleind of naar een afvalpunt worden gebracht. Willekeur was niet aangetoond, omdat handhaving beperkt is tot traceerbare overtreders. De kantonrechter had de boete terecht bevestigd en het hof bevestigde dit arrest.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de bestuurlijke boete van €95,- voor het onjuist aanbieden van kartonnen dozen bij het grofvuil.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: GEMW 200.303.076/01
Uitspraak d.d.
: 26 april 2022
Arrestop het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 12 oktober 2021, betreffende

[eiser] (hierna: eiser),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna te noemen: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerk S-72324/55957503.

Het verloop van de procedure

Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
Verweerder heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Bij de beschikking met voormeld kenmerk is aan eiser een boete van € 95,- opgelegd voor overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent afvalstoffen (Afvalstoffenverordening 2009, hierna: de Afvalstoffenverordening). De overtreding zou zijn begaan op 6 oktober 2020 op de [adres] in Amsterdam.
2. Artikel 8, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening luidt als volgt:
“Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, vierde lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening of brengdepot is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan met behulp van het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening of het betreffende brengdepot.”
3. Een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) heeft in het brondocument – kort gezegd – verklaard dat hij op 6 oktober 2020 rond 20:26 uur een kartonnen doos naast de ondergrondse container op straat zag liggen. Op de doos zat een etiket met de naam- en adresgegevens van eiser.
4. Eiser is het niet eens met de opgelegde boete. Volgens eiser was de doos te groot voor de papiercontainer en heeft hij deze daarom op de locatie voor grofvuil geplaatst. De doos was gevuld met plastic verpakkingsmateriaal. In Amsterdam wordt het afval niet gescheiden ingezameld. Eiser vindt dan ook dat hij de doos op deze manier mocht aanbieden. Er kan niet worden verwacht dat een grote doos in kleine stukken wordt geknipt. Eiser vindt ook dat er sprake is van willekeur. Er liggen geregeld dozen op de afhaalplaats voor grofvuil. Alleen aan eiser is een boete opgelegd, omdat hij door de adressticker makkelijk traceerbaar was.
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat karton niet bij het grofvuil mag worden aangeboden. Het karton moet worden kleingemaakt en in de daarvoor bestemde papiercontainer worden gedeponeerd. Als kleinmaken niet lukt, moet het karton naar een afvalpunt worden gebracht.
6. Artikel 8, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening bevat een verbod om huishoudelijke afvalstoffen op een andere manier aan te bieden dan met behulp van
de betreffendeinzamelvoorziening of
het betreffendebrengdepot. Artikel 3 bepaalt Pro dat verschillende categorieën huishoudelijk afval worden ingezameld, waaronder (c) oud papier en karton en (f) grof huishoudelijk afval. In artikel 7 is Pro bepaald dat categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ter inzameling moeten worden aangeboden. Hieruit volgt dat in Amsterdam wel sprake is van gescheiden afvalinzameling.
7. In het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Stadsdeel West is oud papier en karton als volgt gedefinieerd: ‘huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met uitzondering van drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier’.
8. Gezien de hiervoor vermelde omschrijving voldoet een kartonnen doos aan de definitie van oud papier en karton. Dat betekent dat deze doos uitsluitend in de daarvoor bestemde inzamelvoorziening mocht worden gedeponeerd. Als de inwerpopening niet groot genoeg is om een stuk karton ineens in te werpen, wordt verwacht dat het materiaal in kleinere stukken wordt gesneden of geknipt. Wanneer eiser daar niet toe bereid was, had hij de doos bij een brengdepot kunnen afgeven. Gezien het voorgaande staat vast dat de overtreding is begaan.
9. Er is geen sprake van willekeur. Niet is gebleken dat andere personen die afval naast de container hebben aangeboden niet zijn beboet. De omstandigheid dat als gevolg van schaarse handhavingscapaciteit ambtenaren geen onderzoek kunnen instellen naar niet direct traceerbare personen die afval naast de container hebben aangeboden, maakt niet dat sprake is van willekeur.
10. De conclusie van het hof is dat de kantonrechter juist heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.