ECLI:NL:GHARL:2022:3354
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens defect derde remlicht bij personenauto
De betrokkene werd beboet voor het rijden met een voertuig waarvan het rechterachterste remlicht niet werkte. De kantonrechter verklaarde het beroep tegen deze boete ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene stelde in hoger beroep dat de auto nog steeds voldeed aan de eisen omdat er twee werkende remlichten aanwezig waren.
Het hof oordeelde dat volgens artikel 5.2.51 lid 1 onder p van de Regeling voertuigen een personenauto die na 30 september 2001 in gebruik is genomen, moet zijn voorzien van drie werkende remlichten. De auto van de betrokkene was voor het eerst toegelaten in november 2003, dus geldt deze eis. Het defect aan het rechterachterste remlicht betekent dat niet aan deze eis wordt voldaan.
Daarom is de overtreding vastgesteld en is het beroep terecht ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.