Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
voldoende zichtnaar voren en opzij hebben door de voorruit en de voorste zijruiten.”
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd beboet voor het rijden met onvoldoende zicht door de voorruit en voorste zijruiten op 9 januari 2020 op de Rijksweg A12 in Ede. Hij stelde dat hij wel voldoende zicht had en voerde aan dat de ventilatie was aangepast vanwege zijn moeder en dat de ruiten droog waren gemaakt of zouden worden.
De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. In hoger beroep bevestigde het gerechtshof deze beslissing. Het hof overwoog dat de waarneming van de ambtenaar, die stelde dat de inzittenden niet zichtbaar waren van buitenaf door de beslagen ruiten, voldoende grondslag vormt voor de vaststelling van de overtreding.
Het hof stelde dat de betrokkene onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had aangedragen om twijfel te zaaien over de verklaring van de ambtenaar. Ook bijzondere omstandigheden zoals het aanpassen van de ventilatie en het droogmaken van de ruiten waren onvoldoende om de sanctie te matigen.
Daarom werd de beslissing van de kantonrechter bevestigd en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor rijden met onvoldoende zicht door de voorruit en voorste zijruiten.