ECLI:NL:GHARL:2022:3381
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot diefstal door braak wegens onvoldoende bewijs
Verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf wegens poging tot diefstal door braak bij een geldautomaat bij een wasstraat. Het hof Arnhem-Leeuwarden vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende overtuigend was.
De zaak draaide om een incident op 3 juli 2020 waarbij betaalautomaten waren opengebroken. Verdachte en een medeverdachte werden kort daarna in een auto met inbrekerswerktuigen aangetroffen. Camerabeelden toonden een persoon met een licht gekleurd shirt bij de automaat, maar het was onduidelijk of dit verdachte of de medeverdachte was.
De medeverdachte verklaarde aanvankelijk niet de persoon op de beelden te zijn, maar gaf later aan dat verdachte dit was. Het hof achtte deze verklaring onbetrouwbaar omdat de medeverdachte zelf verdachte was en mogelijk een ontlastende verklaring aflegde in de hoop op vrijlating.
Omdat niet kon worden vastgesteld of verdachte het misdrijf had gepleegd en er geen ander overtuigend bewijs was, sprak het hof verdachte vrij. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij bleef buiten beschouwing omdat deze niet ontvankelijk was verklaard in eerste aanleg en zich niet opnieuw had gevoegd in hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot diefstal door braak wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.