Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2022:3394

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 januari 2022
Publicatiedatum
2 mei 2022
Zaaknummer
001061-21
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a lid 3 SvArt. 533 SvArt. 2.3 lid 1 Wet forensische zorgArt. 6:5 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorgArt. 37 Wetboek van Strafrecht (oud)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek vergoeding voorlopige hechtenis en zorgmachtiging

Appellant heeft een verzoek ingediend om vergoeding van schade geleden door verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak, alsmede vergoeding van kosten voor het indienen van dit verzoek. De rechtbank Gelderland verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij het hof Arnhem-Leeuwarden.

In de onderliggende strafzaak werd appellant ontslagen van alle rechtsvervolging en werd een zorgmachtiging verleend voor verplichte zorg in een psychiatrisch ziekenhuis. Appellant verbleef van 15 februari 2020 tot 2 februari 2021 in verzekering. Hoewel het verzoek aanvankelijk ontvankelijk had kunnen worden verklaard, oordeelt het hof dat de zorgmachtiging als een vrijheidsbenemende maatregel moet worden aangemerkt, vergelijkbaar met een maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis.

Omdat de maatregel niet is uitgevoerd en er geen straf of maatregel is opgelegd, zijn er volgens het hof geen billijkheidsgronden voor schadevergoeding op grond van artikel 533 Sv Pro. Het hof vernietigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring, wijst het verzoek tot vergoeding af, maar kent wel een vergoeding van € 1.020 toe voor de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schadevergoeding af maar kent een vergoeding van € 1.020 toe voor proceskosten.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
AV-nummer: 001061-21
Parketnummer: 05-041857-20
Uitspraak d.d.: 31 januari 2022
Beschikking van de meervoudige raadkamer op het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, d.d. 17 juni 2021 op het verzoek ex
artikel 533van het Wetboek van Strafvordering van:

[appellant]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
te dezer zake domicilie kiezende te 8011 AK Zwolle, Harm Smeengekade 9, ten kantore van zijn raadsvrouw, mr. J.H. Rump,
hierna te noemen: appellant.

Procesgang

Bij een op 23 april 2021 door de rechtbank ontvangen verzoekschrift heeft appellant gevraagd om een vergoeding uit ’s Rijks kas van € 48.063,58 voor de schade die hij ten gevolge van in een strafzaak ondergane verzekering en voorlopige hechtenis heeft geleden, zoals nader in het verzoekschrift omschreven.
Daarnaast heeft verzoeker om een vergoeding gevraagd voor de kosten van het opstellen en indienen van dit verzoekschrift.
De rechtbank heeft bij voormelde beschikking appellant niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek.
Namens appellant is op 22 juli 2021 hoger beroep tegen die beschikking ingesteld.
Het hoger beroep is door het hof in raadkamer op 17 januari 2022 in het openbaar behandeld, waarbij zijn gehoord de advocaat-generaal en de appellant, telefonisch bijgestaan door mr. Rump.

Beoordeling van het verzoek

In de strafzaak met het hiervoor vermelde parketnummer heeft de rechtbank Gelderland bij vonnis van 19 januari 2021 appellant ontslagen van alle rechtsvervolging. Bij beschikking van gelijke datum heeft de rechtbank op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg in verbinding met artikel 6:5, aanhef en onder a, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg een zorgmachtiging voor verplichte zorg in een psychiatrisch ziekenhuis verleend.
Appellant is op 15 februari 2020 in verzekering gesteld en is uiteindelijk op 2 februari 2021 in vrijheid gesteld.
Appellant heeft het verzoek op de voorgeschreven wijze ingediend.
De raadsvrouw heeft het beroep nader toegelicht en gepersisteerd bij het verzoek.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beschikking waarvan beroep.
Als de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging maar op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten kan de rechter ingevolge artikel 533, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering op verzoek van de gewezen verdachte, indien en voor zover daarvoor alle omstandigheden in aanmerking genomen gronden van billijkheid aanwezig zijn, een vergoeding toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis.
In de strafzaak van appellant, waarin is geoordeeld dat het bewezenverklaarde niet aan hem kan worden toegerekend, is geen straf of maatregel opgelegd. Op zich kon verzoeker, die het verzoek op de voorgeschreven manier heeft ingediend, worden ontvangen in zijn verzoek. Dit betekent dat de rechtbank appellant ten onrechte nietontvankelijk heeft verklaard.
Naar het oordeel van het hof is de bij aparte beschikking – in het kader van de strafrechtelijke handhaving – verleende (civielrechtelijke) zorgmachtiging in feite gelijk te stellen met een maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 37 (oud) van het Wetboek van Strafrecht en aan te merken als een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel in de zin van artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dat de maatregel uiteindelijk niet ten uitvoer is gelegd, maakt dit nog niet anders.
Onder die omstandigheden zijn er naar het oordeel van het hof geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Nu het verzoek in twee instanties is behandeld zal het hof als vergoeding voor de kosten van het opstellen en indienen van dit verzoekschrift een bedrag van € 1.020 toekennen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep;

Kent aan [appellant] toe een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van€ 1.020 (duizend twintig euro).

Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op rekeningnummer [rek.nr.] , ten name van SBD Klemann Advocaten, onder vermelding van de heer [appellant] .
Aldus gegeven door
mr. O.G. Schuur, voorzitter,
mr. N.C. van Lookeren Campagne en mr. R.M. Maanicus, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M. Klein, griffier,
door de oudste raadsheer ondertekend en op 31 januari 2022 ter openbare zitting uitgesproken.
De voorzitter en de griffier zijn buiten staat deze beschikking te ondertekenen.