Verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en verklaart het bewezen dat verdachte op 7 april 2020 een pistool van categorie III met munitie in bezit had.
De verdachte verklaarde het wapen onderweg bij een tankstation in de bosjes te hebben gevonden en in paniek meegenomen. Het hof acht dit feit strafbaar vanwege het onaanvaardbare veiligheidsrisico dat het bezit van een dergelijk vuurwapen met zich meebrengt.
Hoewel verdachte in Duitsland een straf kreeg voor medeplichtigheid aan drugshandel en een behandeling volgt, acht het hof een geheel voorwaardelijke straf niet passend. Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden legt het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden op, met aftrek van voorarrest.
Het hof baseert zich op de Wet wapens en munitie en het Wetboek van Strafrecht en houdt rekening met de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het vonnis is op 26 april 2022 uitgesproken door het hof te Leeuwarden.