Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2022:3461

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 april 2022
Publicatiedatum
3 mei 2022
Zaaknummer
21-003628-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitieArt. 57 Wetboek van StrafrechtArt. 27 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie

Verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en verklaart het bewezen dat verdachte op 7 april 2020 een pistool van categorie III met munitie in bezit had.

De verdachte verklaarde het wapen onderweg bij een tankstation in de bosjes te hebben gevonden en in paniek meegenomen. Het hof acht dit feit strafbaar vanwege het onaanvaardbare veiligheidsrisico dat het bezit van een dergelijk vuurwapen met zich meebrengt.

Hoewel verdachte in Duitsland een straf kreeg voor medeplichtigheid aan drugshandel en een behandeling volgt, acht het hof een geheel voorwaardelijke straf niet passend. Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden legt het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden op, met aftrek van voorarrest.

Het hof baseert zich op de Wet wapens en munitie en het Wetboek van Strafrecht en houdt rekening met de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het vonnis is op 26 april 2022 uitgesproken door het hof te Leeuwarden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003628-20
Uitspraak d.d.: 26 april 2022
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 29 september 2020 met parketnummer 18-097220-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
ter zitting opgegeven woonadres: [woonplaats]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 april 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis, bewezenverklaring van het tenlastegelegde en veroordeling ter zake van dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. M.J. Flach, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere kwalificatie en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 7 april 2020 te [plaats] , gemeente [gemeente] , een wapen en/of munitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Pietro (wapennummer [nummer] ) en/of een bijbehorende patroonhouder inhoudende 7 patronen zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of (bijbehorende) munitie voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 7 april 2020 te [plaats] , gemeente [gemeente] , een wapen en munitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Pietro (wapennummer [nummer] ) en een bijbehorende patroonhouder inhoudende 7 patronen,
zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en (bijbehorende) munitie, voorhanden heeft gehad.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft op 7 april 2020 een pistool met (bijbehorende) munitie voorhanden gehad. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij het vuurwapen onderweg tijdens een sanitaire stop in de bosjes bij een tankstation langs de snelweg had gevonden, had opgepakt en, toen hij zich realiseerde dat het geen nepwapen was, het in blinde paniek heeft meegenomen in de auto. Wat er van deze verklaring ook zij, vast staat dat verdachte op 7 april 2020 een vuurwapen en (bijbehorende) munitie in de zin van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad, hetgeen strafbaar is. Het voorhanden hebben van een dergelijk wapen met munitie levert een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen op.
Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 maart 2022 is gebleken dat verdachte niet eerder in Nederland ter zake van strafbare feiten onherroepelijk tot een straf of maatregel is veroordeeld.
Verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat hij op 21 januari 2022 in Duitsland ter zake van (medeplichtigheid aan) handel in/bezit van verdovende middelen is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren, waarvan hij zes maanden heeft uitgezeten. Hij is in vrijheid gesteld onder de voorwaarde dat hij gedurende minimaal een jaar een behandeling ondergaat. Als verdachte de behandeling succesvol afrondt zal hij mogelijk de resterende gevangenisstraf niet uit hoeven zitten. Verdachte heeft voorts aangevoerd dat hij probeert zijn leven weer op de rit te krijgen en dat hij zich houdt aan maandelijkse urinecontroles en afspraken met zijn begeleider.
De raadsvrouw heeft in dit verband oplegging van een geheel voorwaardelijke straf bepleit. Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou de therapie van verdachte ongewenst doorkruisen en het uitzitten van een gevangenisstraf na de therapie zou de vooruitgang belemmeren.
Het hof heeft bij de straftoemeting rekening gehouden met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarbij is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden in beginsel het uitgangspunt voor het voorhanden hebben van een pistool van categorie III in de openbare ruimte. Voor het voorhanden hebben van een pistool van categorie III in een woning geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.
Het hof houdt voorts rekening met hetgeen door en namens verdachte over zijn persoonlijke situatie naar voren is gebracht.
Een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals bepleit door de raadsvrouw, doet naar het oordeel van het hof geen recht aan de ernst van het bewezenverklaarde feit. Alles afwegend acht het hof oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door
mr. A.J. Rietveld, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. B.W. Streefland, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers, griffier,
en op 26 april 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.