De verdachte werd door de kantonrechter veroordeeld tot een geldboete van 50 euro wegens een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Het hof heeft bij onderzoek vastgesteld dat op grond van artikel 404, tweede lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering tegen dergelijke vonnissen geen hoger beroep openstaat indien de opgelegde straf niet hoger is dan 50 euro.
Omdat de opgelegde boete precies 50 euro bedraagt, is het hof van oordeel dat het hoger beroep niet ontvankelijk is. Wel staat er cassatieberoep open op grond van artikel 404, vierde lid, Sv. Het hof verklaart zich daarom onbevoegd en zendt de stukken door naar de Hoge Raad om daar in cassatie te worden behandeld.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 4 mei 2022, in aanwezigheid van de raadsheren en griffier. De advocaat-generaal had een vordering tot bevestiging van het vonnis van de kantonrechter ingediend, maar het hof achtte zich niet bevoegd om over het hoger beroep te oordelen.