ECLI:NL:GHARL:2022:3626
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte schuldheling gestolen voertuigen wegens ontbreken van bewijs opzet en grove onvoorzichtigheid
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor schuldheling van drie gestolen voertuigen die in zijn loods waren aangetroffen. Hij voerde aan dat hij een autobedrijf heeft en de voertuigen opsloeg voor een groep personen uit Roemenië en Bulgarije, met wie hij al vijf jaar samenwerkte. Verdachte controleerde twee voertuigen via een app en vond geen aanwijzingen dat deze gestolen waren.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd omdat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de voertuigen van misdrijf afkomstig waren. Het hof oordeelde dat verdachte niet in die mate zijn zorgplicht had geschonden dat sprake was van grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
Het hof overwoog dat schuldheling vereist dat verdachte bij enig nadenken had kunnen vermoeden dat de goederen van misdrijf afkomstig waren en zonder nader onderzoek niet had mogen handelen. Gezien de langdurige samenwerking en de controles via de app was dit niet het geval. Daarom sprak het hof verdachte vrij van zowel opzet- als schuldheling.
Het arrest werd op 29 april 2022 uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij mr. G.A. Versteeg niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van opzet- en schuldheling wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.