Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2022:3659

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 april 2022
Publicatiedatum
10 mei 2022
Zaaknummer
P22-0042
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6:6:12 lid 4 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling en afwijzing verzoek PBC-onderzoek

De terbeschikkinggestelde is sinds 21 jaar onder een maatregel van terbeschikkingstelling geplaatst. In eerste aanleg heeft de rechtbank Noord-Nederland de verlenging van deze maatregel met twee jaar bevolen en het verzoek tot onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC) afgewezen.

De terbeschikkinggestelde heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een herbeoordeling in het PBC, omdat hij behoefte heeft aan perspectief en het behandelteam en de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg (LAP) geen mogelijkheden zien voor uitplaatsing.

De advocaat-generaal stelde dat alleen de minister bevoegd is om overplaatsing naar het PBC te gelasten en dat het verzoek daarom moest worden afgewezen. Het hof oordeelt anders dan de advocaat-generaal dat het zich wel bevoegd acht om onderzoek door PBC-deskundigen op te dragen en tijdelijke overplaatsing te gelasten, maar ziet op basis van de beschikbare informatie geen noodzaak voor een dergelijk onderzoek.

Het hof wijst het verzoek af en bevestigt de beslissing van de rechtbank tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. Het hof baseert zich hierbij onder meer op het recente onderzoek in 2019 door een onafhankelijke psychiater en psycholoog en de adviezen van de kliniek en LAP.

Uitkomst: De verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt bevestigd en het verzoek tot onderzoek in het Pieter Baan Centrum wordt afgewezen.

Uitspraak

TBS P22/0042
Beslissing d.d. 28 april 2022
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,
verblijvende in [kliniek] te [plaats] .
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 28 december 2021. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren en afwijzing van het verzoek tot het doen onderzoeken van de terbeschikkinggestelde in het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC).
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 5 januari 2022;
- de aanvullende informatie van de kliniek van 30 maart 2022, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 20 augustus 2021 tot en met 20 februari 2022.
Het hof heeft ter zitting van 14 april 2022 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage, en de advocaat-generaal mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft het hof verzocht te gelasten dat hij (nader) wordt onderzocht in het PBC. De terbeschikkingstelling duurt inmiddels al 21 jaar. In 2018 is er een zorgconferentie geweest waar is besproken dat de kliniek zal onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de terbeschikkinggestelde op termijn over te plaatsen naar een vervolgvoorziening. Het behandelteam ziet echter geen mogelijkheden voor een uitplaatsing. Ook de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg (hierna: LAP) ziet hiertoe geen mogelijkheden. De LAP doet echter niet zo’n diepgaand onderzoek als het PBC. De terbeschikkinggestelde heeft behoefte aan perspectief. Het voelt voor hem uitzichtloos en daarom wil hij een herbeoordeling van het PBC. Anders dan door de advocaat-generaal is betoogd, kan het hof gelasten dat de terbeschikkinggestelde ter observatie wordt opgenomen in het PBC. De raadsman heeft daarbij verwezen naar een uitspraak van dit hof van 15 juli 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:7016).
De raadsman heeft verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden en de terbeschikkinggestelde ter observatie op te doen nemen in het PBC.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Gelet op de ernst van de stoornis, op het bij een (voorwaardelijke) beëindiging van de verpleging van overheidswege als hoog ingeschatte recidiverisico en op de nog noodzakelijke begeleiding van de terbeschikkinggestelde, is voortzetting van de maatregel geïndiceerd. Kijkend naar de adviezen van zowel de kliniek als de LAP is een verlenging van de maatregel met twee jaren aangewezen. De terbeschikkinggestelde wenst dat het PBC onderzoek zal doen naar de mogelijkheden van een vervolgvoorziening, maar daartoe bestaat geen noodzaak. In dat verband verwijst de advocaat-generaal naar de update van de kliniek van 30 maart 2022. Daarnaast volgt uit artikel 6:6:12, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering dat alleen de minister kan gelasten dat de terbeschikkinggestelde ter observatie kan worden overgebracht naar een psychiatrisch ziekenhuis of een instelling tot klinische observatie bestemd. Het verzoek tot observatie in het PBC dient derhalve te worden afgewezen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.
Het oordeel van het hof
Bevestigen
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.
Afwijzing verzoek
In beroep is evenals in eerste aanleg verzocht de terbeschikkinggestelde ter observatie op te laten nemen in het PBC. Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie voldoende ingelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Hoewel het hof, anders dan de advocaat-generaal, zich in een geval als het onderhavige bevoegd acht onderzoek op te dragen aan deskundigen die zijn verbonden aan het PBC en opdracht te geven de terbeschikkinggestelde binnen de geldende titel van vrijheidsbeneming tijdelijk over te plaatsen naar het PBC, ziet het daartoe thans geen noodzaak. Het hof wijst er op dat de terbeschikkinggestelde in 2019 nog door een onafhankelijke psychiater en psycholoog is onderzocht. Het hof wijst het verzoek af.

Beslissing

Het hof:
Wijst afhet verzoek tot onderzoek van de terbeschikkinggestelde in het Pieter Baan Centrum;
Bevestigtde beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 28 december 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr. M.E. van Wees als voorzitter,
mr. M. Keppels en mr. P.C. Vegter als raadsheren,
en drs. I. Troost en dr. K. de Wijs-Heijlaerts als raden,
in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis als griffier,
en op 28 april 2022 in het openbaar uitgesproken.
mr. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.